zwarthart-ongekunsteld

Alleen maar nuttig met een hart

Je hoort ze weleens roepen dat beeldende kunst er alleen zou zijn voor de elite. Het heeft geen direct maatschappelijk nut en is een luxeproduct. Ik snap het wel. Wij mensen zien nu eenmaal graag de concrete utiliteit van de dingen in, die we lastiger achterhalen bij een schilderij dan bij een lepel.

René Gude zei in de Volkskrant: “Kunst stelt ons in staat te trainen onze primaire reacties te beheersen. Daardoor kunnen we ons inleven, en vervolgens in actie komen”. Laatst bezocht ik Le Grand-Hornu, een oud mijnencomplex in het Waalse Mons en dacht ik terug aan zijn woorden.

Kunst als tolk

Het complex dient als herinneringscentrum voor het lokale mijnverleden. Als bezoeker verwacht je informatieve tentoonstellingen met gebruiksvoorwerpen en objecten die verwijzen naar het werken in de mijnen, ondertiteld door grote panelen met tekst als uitgeklapte schoolboeken. Le Grand-Hornu kiest voor iets anders. De historische plek wordt gevuld met hedendaagse kunst en design.

Het zuivere hart

Op het moment dat ik er ben, is er een expositie van Christian Boltanski te zien. Zijn eerste werk is een muur van duizend koekblikken waar pasfoto’s aan kleven. Ze tonen gezichten van meisjes, jongens, mannen en vrouwen. Je vindt hierbij de momenten waarop ze de wereld intraden en verlieten. Deze bronnen vormen samen een symbolische wand van blik.

In het hart van de expositie vind ik een donkere ruimte. In het midden een gloeilamp. De grond trilt, uit de muren stromen hartkloppingen. De lamp knippert op een ongelijk ritme. Het is een heftige toestand. Het menselijke geluid van het hart is indrukwekkend. Het heeft niets warms, is eerder dreigend en doet denken aan de kwetsbaarheid van ons lichaam en dat het ooit allemaal voorbij gaat.

Via indringende geluiden, doolhoven en donkere ruimtes refereert Boltanski naar ons lichaam en de dood en de geschiedenis van Le Grand-Hornu en de duizenden mijnwerkers die hier leefden. Zijn werk neemt je weg uit het hier en nu. Het laat je het leven en de dood in een ruimer perspectief plaatsen en zorgt ervoor dat je het verleden gaat voelen.

Kunst is hier een middel geweest om betekenis te geven aan een lastige geschiedenis. Het is vooruitstrevend van het museum om dit zo te doen. Je kan je afvragen of het verleden op deze manier op een betrouwbare manier wordt overgedragen, maar het is goed dat er instellingen zijn die gevoel net zo hoog (of misschien wel hoger) plaatsen als kennis.

Kunst als afleiding

Het Van Abbemuseum en het Stedelijk Museum Amsterdam lanceerden Onvergetelijk Van Abbe/Stedelijk. De musea bieden rondleidingen en workshops aan voor mensen met de ziekte van Alzheimer. Kijken naar kunst zou mensen met dementie toegang geven tot het langetermijngeheugen en persoonlijke ervaringen. Het is een cognitieve oefening waardoor de hersenen gestimuleerd zouden worden.

Het programma is gericht op het verbeteren van de kwaliteit van leven van de persoon met Alzheimer en de mantelzorger. De musea stellen zich op als ontmoetingsplaats voor lotgenoten die ervaringen met elkaar kunnen delen. In het programma is er vooral aandacht voor veiligheid, inspiratie en creativiteit en er wordt niet te diep ingegaan op de ziekte.

de jammerlijke identiteitscrisis van het hedendaagse museum

“Museums have to change or die”, stelt Graham Black in het artikel Museums and Participation. Door algemene verschuivingen in smaak, interesses en het gedrag van de generaties die geboren zijn na de zestiger jaren en het effect van nieuwe media is de maatschappelijke rol van het (kunst)museum minder duidelijk geworden. Het museum kan volgens Graham Black niet immuun zijn voor al deze veranderingen.

Een hoop andere museologen sluiten zich hierbij aan. Zo is er ook nog Lynda Kelly, hoofd educatie van het Australian Museum. Zij spreekt ook van een veranderende rol van musea in de 21ste eeuw. In de fysieke plaats moeten musea zich volgens haar transformeren in “being about something to being for somebody”.

Volgens Black kunnen musea hun rol verscherpen door aandacht te besteden aan een aantal aspecten. Een daarvan is de verbindende maatschappelijke rol die musea kunnen spelen voor hun publiek door speciale publieksprogramma’s op te zetten. Ze moeten veranderen in ontmoetingsplaatsen waar het publiek geen bezoeker meer is maar een gebruiker. Iets waar het Stedelijk en het Van Abbe duidelijk hun pijlen op richten.

Een ander aspect is het feit dat het museum niet meer de eerste plek is waar je heen gaat om te leren. Internet is een grote concurrent geworden. Het biedt namelijk de mogelijkheid om informatie met elkaar te delen en zo kennis op te bouwen vanuit verschillende perspectieven. Iets dat we in een museum toch minder gauw kunnen. Het grote gebruik van internet heeft er daarnaast ook nog eens voor gezorgd dat de verwachtingen van culturele ervaringen zijn veranderd.

Charles Richard Leadbeater stelt dat bezoekers nu andere behoeften hebben dan in het verleden. Eerder wilden ze vooral vermaakt worden door in een tentoonstelling te lezen, te kijken en te luisteren. Met de groei van het internet is er in de fysieke ruimte meer behoefte aan dialoog en activiteit. De hedendaagse bezoeker is kritischer, kieskeuriger en veeleisender maar staat ook meer open voor nieuwe ervaringen, is avontuurlijker en kan beter communiceren.

Slimme projecten

Dat Le-Grand-Hornu niet meer kiest voor een uitgeklapt schoolboek is dus slim. De bezoeker van vandaag zoekt niet meer naar weetjes en feitjes maar naar een prikkelende ervaring. Gelukkig voel je aan de omgeving dat de keuze niet uit tactvolle overwegingen is gemaakt. Het is geen trucje om mee te doen aan het zoeken naar relevantie. Er is nu juist voor kunst gekozen omdat het zorgt voor verbeelding en de geschiedenis meer invoelbaar maakt. Die oprechtheid is overal aanwezig. Dat maakt het tot een van de mooiste plekken waar ik ooit ben geweest.

Het alzheimer-project is een mooi initiatief. Kunst lijkt naar de omschrijving van de musea inderdaad de meest geschikte activiteit om deze mensen samen te brengen en hun kwaliteit van leven te verbeteren. Maar het komt voor deze musea goed uit dat er een maatschappelijk verantwoord project is opgezet. Het kunstmuseum streeft naar een maatschappelijke relevantie, wil zichzelf continue verantwoorden tegenover de wereld. Het zoekt naar een concreet bestaansrecht en een draagvlak als vangnet. Dat draagvlak vindt het in de samenleving, dus het moet opeens duidelijk worden hoe kunst nuttig kan zijn.

Echtheid

Dat het museum meer bezig is met het publiek lijkt me goed. Het kan zorgen voor nieuw gedachtegoed en daar groeien we van. Kunst utiliseren voor meer bestaansrecht lijkt me gevaarlijk. De kans wordt vergroot dat het nergens meer over gaat. Zo lang kunst oprecht ingezet wordt omdat het op dat moment het mooiste middel lijkt om ergens aandacht aan te besteden of een verbinding te creëren, zoals bij Le Grand-Hornu, krijgt dat werk meer betekenis. Het gaat niet meer om een bestaansrecht of een verantwoording. Het gaat erom dat we voelen dat we het nodig hebben. We sluiten de creaties met de belevenis in ons hart en waarderen deze kunst om wat het is. We halen het op, en nemen het mee.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.