spiegel-rollenspel-geffen-ongekunsteld

De barst in het rollenspel

Per week laat ik uren en uren voorbijgaan terwijl mijn lichaam is bevroren in een onnatuurlijke pose. Een flink aantal paar ogen probeert dan om het hardst mijn rondingen te vertalen naar een of ander kunstzinnig materiaal. Dit werk doe ik niet voor niets; het is sociologisch onderzoek pur sang. Vorige keer besprak ik hondenbezitters die zichzelf boetseren in plaats van het model. Dit keer: (amateur-)kunstenaars die het rollenspel niet meespelen.

Transformatie

Om model te kunnen staan moet je op een gegeven moment transformeren tot model. Je loopt immers niet de godganse dag rond als Het Model. Het meeste werk dat nodig is om de transformatie te kunnen voltrekken wordt door je omgeving gedaan: er worden vragen gesteld als ‘Is het model er al?’ en het kamerscherm waarachter je je kunt omkleden zorgt voor een duidelijke scheiding tussen de buitenwereld en het toneel.

Op een gegeven moment heb je deze kunstmatige ingrepen niet meer nodig, maar in de tijd dat mijn modellenervaring nog pril was, heb ik eens meegemaakt dat het niet lukte. Er was geen kamerscherm. Ik moest me uitkleden terwijl twaalf paar ogen misschien wel, misschien niet op mij gericht waren. Nog nooit waren mijn poses zo slecht.

Scheiding van lichaam en geest

Nu moet je niet denken dat de (amateur-)kunstenaars het model als een klomp vlees behandelen. Meestal zijn ze erg aardig. In de pauze wordt er gekletst of zelfs een bijzonder goed gesprek gevoerd. Maar het is altijd in de vorm van het woord. Het model is naakt maar niet bloot.

Wat doe je als je op straat loopt en iemand kijkt je na? Precies: je kijkt terug. Je voelt de blik en wil weten waar die vandaan komt. Toch staat het model niet constant met haar hoofd van de ene naar de andere kant van de ruimte te zwengelen. De kunstenaars zien haar lichaam immers binnen de afgebakende tijd niet als mens. Er is een duidelijke scheiding van lichaam en geest.

Een totaaltje

Eens in het halfjaar merkt het model dat ze haar hoofd wél draait. Ze kan het niet helpen, hoe stil ze ook wil staan, het is een reflex. En dat is hoe het model merkt dat er iemand een meisje in haar blootje ziet, in plaats van een optelsom van naar papier vertaalbare vormen. Die iemand gelooft in de mens als totaliteit en kan het lichaam niet van de geest scheiden.

Voor het model is het verwarrend dat ze zich niet in bedwang kan houden en ze vindt het vervelend voor de kunstenaar in kwestie: leidt het hem af van zijn werk als zij zijn blik vangt?

Muzes

Het is goed mogelijk dat de kunstenaar die het model als mens ziet, helemaal niet wordt afgeleid door de zwemmende ogen van het model. In de kunstgeschiedenis zijn talloze voorbeelden te vinden van schilders of beeldhouwers die een intiemere relatie met hun model hadden dan slechts een zakelijke. Elkaar in de ogen kijken is nog het minste. De meeste kunstenaars die befaamd zijn om hun verhoudingen met hun modellen, gingen een stapje verder dan dat. Zoals Diego Rivera, de man van Frida Kahlo, die het niet kon laten om altijd weer een geheime affaire met een van zijn modellen te beginnen.

Vaak genoeg ook ging het andersom: een kunstenaar raakte in zwijm van een vrouw, kreeg een relatie met haar, en wilde haar vervolgens liever dan alle andere vrouwen op zijn doek laten groeien. Zijn twee grote liefdes werden zo verenigd: de vrouw en het schilderen.

Grappig wordt het helemaal als schilders zichzelf samen met het model afbeelden op doek. Dat vinden we vaak genoeg terug in de kunstgeschiedenis. Pablo Picasso schilderde om de paar jaar een doek dat hij elke keer The Artist and his Model noemde. Ook maakte hij een serie van vijfentwintig pornografische etsen met de renaissancistische kunstenaar Rafaël en zijn grote liefde Margherita de bakkersdochter, die Rafaël zelf ook vaak genoeg als inspiratie voor zijn schilderijen gebruikte.

Een driehoeksverhouding: de kijker, de schilder, het model

De compositie van dit soort doeken is opvallend. Meermalen zien we hoe de schilder zichzelf op de rug schildert, zodat de kijker hetzelfde zicht op het model heeft als de geschilderde schilder. Dat zien we bijvoorbeeld op het schilderij The Pre-Raphaelite van Henry Nelson O’Neil en op Artist and Model van Anthony Rowe.

In de Allegory of Painting door Charles-Alphonse Dufresnoy komt de kijker als het ware tussen het model en de kunstenaar te staan, zodat we ze allebei en profil zien. Het doek staat een beetje scheef in de ruimte waardoor we nog wel zicht hebben op het door de geschilderde schilder geschilderde schilderij. Bij Picasso zien we dat ook vaak, maar hij laat de kijker niet zien wat de geschilderde schilder heeft gemaakt.

Dan draaien we nog verder. Op The Artist and his Model van Francis Luis Mora kijken we de kunstenaar recht in het gezicht en zien we het model op de rug. Hetzelfde geldt voor het werk Artist and Model van Mati Klarwein, maar hier kijkt de kunstenaar ons zelfs recht in de ogen, alsof hij voor een spiegel zit te tekenen.

Oude zakelijkheid

Nu kunnen we de uitgewiste lijnen tussen kunstenaars en hun modellen allemaal heel erg gaan zitten afkeuren om te voorkomen dat de term functioneel naakt uit zwang raakt. Maar in Titanic accepteren we het ook dat Leonardi DiCaprio alleen maar deels als artiest naar Kate Winslet kijkt. Misschien is het modellenwerk in haar meest geaccepteerde vorm niet de beste. Misschien veronderstelt een goed naakt geen objectieve blik, maar het doorbreken van afstand.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.