Witte de With ongekunsteld

De esthetiek van Anniq Euphoriq: lelijke slippers en plastic tuinstoelen

Op Festival De Wereld van het Witte de Withkwartier sprak ik met mode- en performancekunstenaar Anniq Euphoriq over haar meest recente optreden. Het betreft een performance die plaatsvond op straat. Er zijn twee groepen die beide bestaan uit tamelijk onguur uitziende, luidruchtige types. De groepen lopen vanaf verschillende startpunten richting elkaar en ontmoeten elkaar in de Witte de Withstraat middenin het feestgedruis van het festival. Hier ontstaat een botsing, een rel tussen de twee groepen.

Wat is de betekenis van deze performance?

Nada van Daalen was aanvoerder van de ene groep, Illuminada. Ik was zelf aanvoerder van de groep met de naam #tripleAstatus. Er zijn twee groepen die met elkaar een gigantische clash beleven, zonder dat ze een concrete boodschap hebben. Ergens zijn deze groepen hetzelfde en is de ontstane rel dus zinloos. Wat ik vooral belangrijk vind is dat de mensen die je hier hebt gezien het uitschot van de samenleving vormen. Dit werk zet de mensen uit de laagste klassen van de samenleving in het zonnetje. #tripleAstatus vormt als naam dus een contrast met de groep die de naam draagt. Triple A status staat juist voor welvaart, daarnaast kan de A voor verschillende dingen staan: Anniq, anti, art et cetera. De titel van de performance is Nouveau Euro Trash. Dit kan refereren aan van alles, maar voor mij staat het in ieder geval voor de immigranten uit Oost-Europa. Zie het maar als een hommage aan Bulgaren en Roemenen die hier naartoe komen om zich voor een paar cent keihard uit de naad te werken. Dit zijn mensen die, ik scheer ze nu wel erg over één kam, over het algemeen niet snel in aanraking komen met kunst. Hierom vond ik het een goed idee om deze mensen te tonen tijdens de opening van het culturele seizoen, wat dit festival min of meer is. Deze mensen, die vaak niet gehoord worden en doorgaans ook niet echt mondig zijn, krijgen via deze weg een stem. Het is allemaal niet bepaald mooi wat er te zien was, eerder lelijk. Er is de laatste tijd een tendens waarin dingen die niet mooi of anti zijn een esthetische waardering krijgen. Dit werk sluit daar goed op aan.

In hoeverre kan deze performance op maatschappelijk vlak iets teweeg brengen?

Ik denk niet dat het veel teweeg kan brengen, dat klinkt ook een beetje pretentieus vind ik. Ik vind het vooral belangrijk dat het er mooi en goed uitziet. Natuurlijk zit er altijd een wat diepere gedachte achter, maar het moet esthetisch verantwoord zijn. Dit is voor mij echt prioriteit. Wat we wel wilden is het publiek op het festival opjutten en wakker schudden, maar van maatschappelijk belang zal het niet echt zijn. Ook dit wakker schudden werd behoorlijk ingeperkt door de aanwezige politie. Hiermee moesten we afspraken maken en we zouden gewoon worden opgepakt als er onwettige dingen gebeurden. Zoveel vrijheid hadden we dus niet. Er waren teveel restricties om echt los te kunnen gaan. Er zijn wel wat dingetjes gebeurd: een brandende vlag en kapotte tuinstoelen op straat, maar dit is met een sisser afgelopen.

Ik was erg benieuwd naar hoe de performance zou eindigen, hoe had je de uiteindelijke clash voor ogen?

Ik vond dat we niet met elkaar op de vuist moesten gaan, dit zou teveel in de lijn der verwachting liggen. Ik wil absoluut niet dat mijn werk voorspelbaar is. Het was uiteindelijk vooral veel heen en weer schreeuwen en provoceren. Uiteindelijk is de groep van Nada, Illuminada, afgedropen. Wij hadden de grootste bek en waren de grootste keffertjes. Die in brand gestoken vlag was best wel theatraal, maar verder was het misschien wat magertjes.

Sommige mensen dachten dat jullie performance echt was.

Echt waar? Dat vind ik wel cool, dat had ik niet verwacht. Ik vind het leuk om nu te horen hoe anderen er tegenaan hebben gekeken, want dat weet ik helemaal niet. Ik kan er zelf ook moeilijk met afstand naar kijken omdat ik er nu dagelijks drie maanden intensief mee bezig ben geweest. Het maken van de spandoeken, pakken en accessoires die de groepen droegen heeft erg veel tijd en moeite gekost. Dat ik al die dingen zelf heb gemaakt is wel echt typisch voor mij. Ik vind dat heel belangrijk. Zo heb ik ook wel eens een behang gemaakt, waarop ik duizenden poppetjes heb getekend. Deze hadden allemaal andere kleren aan. Daar heb ik toen belachelijk lang aan gewerkt, maar ik hou gewoon van dat pure monnikenwerk. Ik ga graag helemaal op in mijn werk en wil dan ook echt tot het naadje gaan. Dan is mijn doel eigenlijk al bereikt.

Heb je inspiratiebronnen uit de beeldende kunst?

Ja, die heb ik. Bijvoorbeeld Vanessa Beecroft. Ze maakt performances, vaak met grote groepen mensen. Wat ik goed vind aan haar werk is dat het conceptueel en tegelijkertijd visueel heel sterk is. Toen ik aan de academie ging studeren kwam ik in aanraking met haar werk en vond het meteen heel interessant. Dit probeer ik ook in mijn werk te bewerkstelligen. Ik vind het niet nodig, en heb ook niet de behoefte, om lelijke of provocerende kunst te maken. Ik wil gewoon dat het mooi is. Wat ik verder belangrijk vind aan kunst is dat het betrekking heeft op de persoon van de kunstenaar. Mijn werk heeft vaak autobiografische elementen. Dit was in het begin onbewust, maar ik kwam mijzelf steeds vaker tegen.

In hoeverre zat jouw persoon in deze performance?

Ik was echt even een agressieve chick die wou rellen en het suffe publiek in de Witte de Withstraat verongelijkt aankeek. Zou ben ik zelf niet echt. Ik zou zelf dan ook suf in het publiek gaan staan. Als ik ga performen neem ik een rol aan en ben ik echt even iemand anders. Tegelijkertijd ben ik ook nog steeds mijzelf, want er komt wel iets in mij naar boven dat er wel al was. Het is gewoon superleuk eigenlijk om een beetje lomp te doen, te schreeuwen en vla uit te spugen. Het is dus ook een soort van expressiemiddel.

Waarin zat de esthetische waarde van deze performance?

Het eenmalige van een performance vind ik een mooi gegeven. Dit was een soort Gesammtkunstwerk. De esthetiek ervan zat in de kostuums, de gedragingen van de deelnemers en hetgeen dat we hebben uitgedragen. Het gaat ook om het totaalplaatje, het geheel straalt een zekere harmonie uit. Wat ik heel belangrijk vond is dat we alleen zwart, wit en roze droegen. Zo is het namelijk een harmonisch geheel, dan is het voor mij ook esthetisch. Op een bepaalde manier was het ook heel lelijk en werd het mooi in z’n lelijkheid. Lelijke slippers, nepgoud, randfiguren, tuinstoelen, ik vind dat prachtig.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.