jan-fabre-engel-mythe-ongekunsteld

De mythe die je van jezelf kunt maken

In de Volkskrant stond een recensie van de voorstelling waar ik die avond heen zou gaan. Waar andere recensies het moeten doen met hooguit een alinea en met geluk een kleine foto, nam deze een hele spread plus pagina vullende foto in beslag. Het portret toonde een man op een stoel te midden van vier vrouwen, die achter hem opgesteld stonden en je wist al na één blik: Dit is niet zomaar een man. Dit is een koning, of althans: dat is het beeld dat het artikel je in de maag wil splitsen. Hoe maak je van een man een koning?

Het onderschrift van de foto bevestigde die beeldvorming, daar stond namelijk: Jan Fabre met achter hem zijn speelsters Merel Severs, Fabienne Vegt, Renée Copraij, Marina Kaptijn.” Dat woordje ‘zijn’ voor ‘speelsters’. Heeft hij deze vrouwen gekocht? Zijn ze van hem? Hebben zij zich op de knieën geworpen om deel van zijn genialiteit te kunnen zijn? Hoezo: zijn speelsters? Dat trek ik gewoon niet, en ik ben heus geen feminist.

In Fabres voorstelling Mount Olympus: To Glorify the Cult of Tragedy zouden de 33 Griekse mythen verteld en verbeeld worden in maar liefst 24 uur. Liefde, lust, wraak, jaloezie, macht, verraad en moord – alles zou aan bod komen. Ambitieus. De journalist van het artikel besteedde twee hele alinea’s aan het verheerlijken van de persoon Fabre – zo erg zelfs dat ik me afvroeg of het niet sarcastisch bedoeld was. Zijn werkplek werd met de nodige romantiek beschreven. In het kader van ongegeneerde namedropping werd er ook nog even gezegd dat Marina Abramović recepten met varkensbloed op de muren van zijn werkplek kliederde.

LEKKER RAASKALLEN

Mijn kritiek is natuurlijk geraaskal. Raaskallen kenmerkt zich door een gebrek aan verstand en een overvloed aan onderbuikgevoel. Het is zoiets als koppels en ruzie over sokken. Emmers en druppels. Maar dat wil niet zeggen dat een onderbuikgevoel nergens op gebaseerd is. En daarom is het de moeite waard te achterhalen waar het vandaan komt – iets wat stellen ook altijd proberen uit te zoeken. Je kunt dit artikel dus best beschouwen als een vorm van relatietherapie. Is het de beeldvorming, de tijdsgeest of toch echt de kunstenaar zelf die zorgt voor de mythe rondom zichzelf?

VAN MYSTERIE NAAR HET INDIVIDU

In de Oudheid geloofden mensen dat creativiteit een bovennatuurlijk mysterie was dat mensen kwam aanwaaien. De Grieken noemden deze mysterieuze krachten ‘demonen’, de Romeinen waren ze gunstiger gezind en noemden ze ‘genieën’. Zij dachten dat deze demonen of genieën letterlijk in het atelier van de kunstenaar woonden en hem hielpen met het scheppen van allerlei briljants. Dat creativiteit iets was wat in mensen zelf zat, geloofden zij net zo min als dat wij in onzichtbare tovenaars geloven. Wanneer een kunstenaar werk maakte dat niet heel ‘goed’ was, was de kunstenaar niet meteen een mislukking. Andersom ook: wanneer het wel ‘goed’ was, was de kunstenaar geen genie. Het was nooit de verdienste van een enkel iemand. Deze benadering van creativiteit zorgde eigenlijk voor een soort psychologische bescherming.

De Renaissance kwam op en hiermee ook het begin van de positie die de wetenschap vandaag de dag in onze samenleving heeft. Het geloof in bovennatuurlijkheid brokkelde steeds verder af, terwijl het geloof in het individu met de dag leek te stijgen.

Dat geloof beleeft nu hoogtijdagen. Iedereen weet: je kunt jezelf maken of breken, en anders wordt het wel voor je gedaan. De krant, Facebook, Instagram etcetera – het zijn de middelen die je tot je beschikking hebt om jezelf om te toveren tot een mythe van bovennatuurlijke proporties.

We zijn nu genieën in plaats van ze te hebben. Dat heeft zo z’n voordelen, maar roept ook weerstand op. Voor je het weet, word je opgehemeld in de krant en kapotgemaakt in een column: de psychologische bescherming is ver te zoeken.

TERUG NAAR DE VOORSTELLING

Fabres voorstelling was ook fantastisch. Maar niet het werk van hem alleen was fantastisch. De 27 extreem getrainde performers die zich 24 uur lang lichamelijk en mentaal helemaal de pleuris werkten, waren minstens zo belangrijk. In de Volkskrant kregen zij nauwelijks een stem, behalve om te verkondigen wat voor fantastische leermeester ze wel niet hadden. En dat is misschien de bron van het onderbuikgevoel. De performers waren de mysterieuze krachten die onzichtbaar bleven, Fabre het levende genie. En dat klopt niet, dus bij deze een ode aan de performers en slechts een klein knikje voor Fabre. Een geslaagde therapie.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.