Dit is waarom een fictieverbod niet per sé nodig is

Afgelopen herfst worstelde ik me een weg door het boek Synchroniciteit van de Zwitserse psycholoog Carl Gustav Jung, langs onbegrijpelijkheden als astrologie en statistiek. Toen ik het dichtsloeg vond ik het begrip dusdanig fundamenteel dat ik niet meer zonder wilde, en het idee sloop in mijn hoofd een manifest te schrijven tegen fictie en in het bijzonder tegen film. Vandaag haal ik mezelf publiekelijk onderuit, en daarna nog een keer.

Synchroniciteit – hoe het begon

Jung kwam tot de conclusie dat het causaliteitsbeginsel geen bevredigende verklaring kon geven voor bepaalde verschijnselen in de onbewuste psychologie. Het woord ‘toeval’ speelde vanzelfsprekend op, maar kreeg een bijvoeglijk naamwoord. Zo komen we uit bij ‘betekenisvol toeval’, om toeval te ontdoen van haar bijsmaak die iets weg heeft van onbelangrijkheid. Deze nieuwe vorm van toeval noemde hij ‘synchroniciteit’.

Omdat er ook toen een stug geloof heerste in de wet van oorzaak en gevolg, kwam Jung pas in 1930 na veel aarzelingen met een onverbloemde uitleg van het synchroniciteitsprincipe naar buiten. Synchroniciteit – niet te verwarren met synchronisme – is het voor de waarnemer zinvol samengaan van relatief gelijktijdige subjectieve gemoedstoestanden en gebeurtenissen in de externe wereld, waarbij het lineaire tijdsidee geen rol speelt. De gelijktijdigheid is dus betrekkelijk en we zouden kunnen spreken over emotionele tijdsvelden.

Synchroniciteit – wat het is

Synchroniciteit bestaat uit een objectief aspect – een oorzaakloos gerangschikte beschrijving van de gebeurtenissen zelf – en een subjectief aspect – het betreffende individu dat aan de hand van eigen emoties bepaalt of het geheel van gebeurtenissen als zinvol wordt ervaren of dat het gaat om louter toeval.

Emotie is volgens Jung geen op zichzelf staand psychisch verschijnsel, maar hangt samen met complexen in het onbewuste. Deze berusten op archetypen, die we vinden we in het collectieve onbewuste: een opslagplaats van latente beelden die is ontstaan door verschillende mensen- en dierenlevens in de geschiedenis. Het veronderstelt dat sommige dingen niet vanuit persoonlijke ervaringen te verklaren zijn, maar vanuit ervaringen van andere generaties. Een archetype activeert complexen die een schok van herkenning of emotie geven bij dingen die aangesloten zijn op dit complex. Je zou het kunnen zien alsof er iets door een serie gebeurtenissen stroomt, zodat deze dezelfde betekenis krijgen.

Jung had een grote interesse in oosterse filosofie en haalt in zijn boek onder meer de I Tjing (ook wel bekend als het Boek der Veranderingen) aan, een klassiek Chinees orakelboek. Misschien is het daarom dat zijn ideeën niet volledig serieus worden genomen wanneer je je buiten zogenaamde spirituele kringen begeeft.

Synchroniciteit is beschrijvend, niet verklarend. De oosterse geest kijkt naar een geheel van feiten en accepteert die de westerse geest verdeelt dit geheel in entiteiten. Je ziet een groep mensen. De westerse geest vraagt zich af: waarom zijn ze hier en waar komen ze vandaan? De oosterse geest vraagt zich af: wat betekent het dat deze mensen hier bij elkaar zijn?

Een pleidooi voor een fictie-verbod

Een denkfout is dat alle synchroniciteiten universeel deelbaar zouden zijn. Natuurlijk niet: de innerlijke beleving van gebeurtenissen bepaalt of de samenhang toeval of synchroniciteit moet heten. Toch zijn er veel voorbeelden te vinden, zoals het verhaal van Abraham Lincoln en John F. Kennedy, die honderd jaar na elkaar tot president werden gekozen en beide werden vermoord op een vrijdag, in aanwezigheid van hun vrouw, door een man met drie namen. Of het verhaal van de zeventigjarige Finse tweelingbroers die een paar uur na elkaar op de fiets werden geschept door een vrachtwagen en overleden. Op het internet vind je bovendien hele lijsten vol films waarin synchroniciteit een rol zou spelen.

Bij het lezen van deze verhalen wordt de subjectieve gemoedstoestand bij sommige mensen misschien aangedaan, maar bij de meeste zal het bewuste complex niet zijn geactiveerd. Wat mij betreft kunnen we deze synchroniciteiten dus niet met elkaar delen. Een vrijdag heeft voor mij bijvoorbeeld geen speciale betekenis en ik zou daarom spreken van een opeenstapeling van toevalligheden.

Er is een groot verschil tussen toekennen en signaleren. Je kunt toeval niet verzinnen, toeval kan je alleen maar toevallen, zoals een hartaanval die niet in je agenda stond. Daar ga je al, met je script vol zogenaamde synchroniciteiten. De  scenarioschrijver zegt, door zijn cameraman wat langer de tijd voor hij zijn crew uit de take haalt: “Let op, dit speldenknopje gaat nog een rol spelen”. Hij activeert hiermee misschien een kunstmatig complex, maar hij heeft geen macht over zijn kijkers. Kunnen we spreken van toeval? Nee, want we weten dat het script is geschreven. Is het een zinvol samengaan van gebeurtenissen? Voor het verhaal misschien, maar als de emotionele toestand van de kijker daarmee niet wordt aangedaan, is er van synchroniciteit geen sprake. De vertaalslag naar film is dus onmogelijk.

Weg met het pleidooi

Toch wel. Er zijn twee manieren waarop synchroniciteit indirect kan bestaan in film.

De eerste manier vindt plaats wanneer een kijker iets anders ervaart dan dat hij zich goed kan inleven in de hoofdpersoon, iets dat verder gaat dan dat. Dat je een film kijkt en het witte doek vergeet, de ruimte vergeet, je eigen lichaam vergeet en de gedachten die je eigen zijn. Weinig films kunnen het, maar Donnie Darko van Richard Kelly kreeg het bij mij voor elkaar. Ik wás Donnie Darko, oftewel: het fictieve personage met een door hem verzonnen vriend, kreeg er nog een (tijdelijk) schizofrene vriendin bij uit de externe wereld. Natuurlijk was zij/ik bang en schaamtevol. Natuurlijk vielen de gebeurtenissen me toe en kregen ze betekenis omdat ik net als Donnie Darko het idee had dat het niet zomaar gebeurde en dat ik er iets mee moest.

Een tweede manier waarop synchroniciteit een rol kan hebben binnen film is wanneer een het script gebaseerd is op een waargebeurd verhaal. De toevalligheden die wanneer ze zijn verzonnen onwaarschijnlijk lijken, hebben hun wortels buiten het bioscoopscherm liggen. In dit geval kunnen vooral de makers synchroniciteit ervaren. De kijker in mindere mate, want waargebeurd of niet, het blijft fictie en je hebt geen inkijk in de mate van romantisering van een verhaal. Bovendien kunnen we ervan uitgaan dat elk verhaal toch ten minste deels gebaseerd is op het echte leven: de eerste mens die out of the box (box is hier: de mens) denkt moet nog geboren worden. Daarnaast communiceert de film niet met de kijker als een kijker de gedragscodes tussen mensen niet kan plaatsen en er geen herkenning optreedt. Een filmmaker zal daarom altijd proberen empathie op te wekken bij zijn publiek.

Waarom de werkzaamheid afhankelijk is van het publiek

Er is een kanttekening: tussen realiteit en fictie bestaat voor sommige mensen een onoverbrugbare kloof. Dat hoor je aan opmerkingen als “Het is maar een film” en je ziet het aan het feit dat gewelddadige computerspellen over de toonbank rollen alsof het petitfours zijn. In die zin zou het goed zijn om het verbod op fictie te laten gelden voor een bepaalde groep mensen. Verdeel en heers. Het is me met de paplepel ingegoten.

A.F.Th. van der Heijden mag alvast blijven schrijven. Wanneer hij een synchronistische relatie beschrijft tussen een foto die gemaakt werd op de dag van de geboorte van zijn zoon Tonio, en de dag dat Tonio omkomt in een ongeluk, dan zegt hij: “Wat heeft die camera gezien dat wij toen nog niet zagen? Bovendien: wat verhelpt het? Wij mensen zijn rare wezens. We proberen desnoods met terugwerkende kracht voorspellende tekenen in de werkelijkheid te zien, alsof het daardoor allemaal beter wordt.”

In mijn hoofd ziet het er ongeloofwaardig uit. Enerzijds zijn er de door mij zo gehate flashbacks van scenes die ik al eerder aan den lijve heb ondervonden. Anderzijds worden de verbanden gevisualiseerd door het gebruik van neon-kleuren. Je ziet het ook wel in sciencefictionfilms en detectives, of in oudere films zoals A Beautiful Mind van Ron Howard: waar een match is, lichten verschillende delen van het beeld op. Het lijkt wel Electro Original.

Natuurlijk zou een onderverdeling de kloof alleen maar vergroten, en dat is helemaal niet mijn bedoeling. Het criminele circuit rond fictie wil ik ook zeker niet groter maken dan het al is. Daarom: ik bepleitte een fictieverbod, maar neem alles terug.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.