dromen-bedrog-ongekunsteld

Dromen zijn nooit (alleen maar) bedrog

Dromen is één van de meest mysterieuze bezigheden van de mens. Dat geldt voor onze nachtelijke fantasiewereld waarin we zowel subject als object van de droom zijn. Maar dat geldt net zo zeer voor de dromen die we koesteren in wakende toestand, waarvan we geen idee hebben waar ze vandaan komen. Slapend verwerken ze onze ervaringen, overdag sturen en bezielen ze ons. Een zoektocht door dromenland aan de hand van Hollywood en een Nederlandse minidocumentaire.

Een voormalig docent van mij noemde het beginnen van een stuk met een etymologie een zwaktebod. Enkel wie aan fantasiearmoede lijdt zoekt daartoe zijn toevlucht. Daar zit wat in, maar in dit geval lijkt het me toch zinnig het etymologisch woordenboek er op na te slaan. Waarom?

GESCHIEDENIS VAN DE DROOM

Het woord waar onze ‘droom’ van is afgeleid duikt voor het eerst op in de dertiende eeuw. We komen het tegen in het oudhoogduits – Troum – en in het middelengels, toen ook al dream genoemd. Het lastige is dat deze woorden allesbehalve een heldere oorsprong kennen. Het zou kunnen afstammen van draugma, wat bedriegen betekent. Een droom zou je dan kunnen zien als een bedrieglijke voorstelling. Maar het oudengelse Drēam betekent veeleer iets als ‘vreugde’ of ‘extase’, wat een begrip met een meer positieve lading doet vermoeden. Daarnaast ging men in de hoge Middeleeuwen veelal uit van de voorspellende kracht van dromen: welhaast het tegenovergestelde van bedrog.

Lang verhaal kort: ons woordje ‘droom’ heeft een uitermate ondoorzichtige geschiedenis achter de rug.

WAAROM CHRISTOPHER NOLAN EEN POPULIST IS

We zouden uit het voorgaande kunnen opmaken dat we met een thema van doen hebben waar je eenvoudigweg alle kanten mee op kunt. Als dromen geen bedrog zijn (hoewel een sympathieke krullenbol in de jaren ’90 nog anders beweerde), dan toch op z’n minst van begin tot eind een mysterie. Deze mystieke nevel heeft regisseur Christopher Nolan een paar jaar geleden helemaal doen losgaan in het Oscarwinnende epos Inception. Met bombast maakte hij onbegrijpelijkheid het alpha en omega van de droomactiviteit. Enkel een speciaal getraind team doorziet de structuur die eraan ten grondslag ligt. Dat Nolan daarvoor een droom ín droom ín droom-constructie in het leven roept, lijkt me toereikend bewijs om te concluderen dat hij vindt dat je met en in de droomwereld iedere willekeurige kant op kunt gaan.

Het gevolg is dat met de complexe structuur van Inception overal een verklaring vandaan kan komen. Wie een verhaal bouwt uit zelfgeschapen woorden, kan er alleen zelf iets zinnigs over zeggen. Zo beschouwd, lijkt het wel populisme: ook een verzonnen, eigen taal. De taal van het populisme, vaak de uitdrukking van onderbuikgevoelens uit de directe leefomgeving, is in wezen ongrijpbaar. Wie meegaat in populistische taal legt het zonder uitzondering af want niemand beheerst deze woorden beter dan degene die ze in het leven heeft geroepen. Maar wie de taal of de onderbuikgevoelens waar die taal uit voortkomt als zodanig ter discussie stelt, praat per definitie langs de populist heen. Zo speelt hij enkel thuiswedstrijden of last de wedstrijd bij voorbaat af omdat de ander niet op bezoek wil komen. Nolan is dus in zekere zin een populist: met zijn dromentaal creëert hij zijn eigen wetmatigheden. Wie deze probeert te doorgronden bevindt zich op door hem ontgonnen land; wie deze betwist weet er nooit een zaadje te planten. Zo lijkt Nolan immuun voor kritiek. Voor bijvoorbeeld de kritiek dat zijn taal wellicht niet de enige zinvolle is om over dromen te spreken.

Naar aanleiding van Inception vraag ik me dan ook af: wat nu als het onbegrijpelijke van de droom, die we bij uitstek in de etymologie zien terugkomen, niet naar eindeloze complexiteit en verwarring leidt? Wat als dromen niet vragen om antwoorden, maar eerder om duidingen? Verstehen, zoals de Duitsers daar zo’n mooi woord voor hebben. Interpretatie. Niet teneinde complexiteit te benadrukken, maar om onszelf en onze plek in deze wereld beter aan te voelen. Geen verklaring, maar als middel ter oriëntatie. Dan schieten de vernuftige constructies van Nolan wellicht hun doel voorbij. In plaats van onze ogen te laten tollen dienen dromen dan eerder onze ogen tot rust te manen. Om zicht te blijven houden op wat we beleefd hebben en waar we naar toe willen.

DROOM ALS ZIN

Vorige maand ging in Kriterion in Amsterdam de minidocu Droomvergunning in première. In een krap kwartiertje zien we een portret van Fayaz, een negenjarig Afghaans jongetje dat in 2009 naar Nederland is gevlucht. Samen met zijn moeder verhuist hij van asielzoekerscentrum naar asielzoekerscentrum. Hij heeft geen idee welke politieke structuren macht uitoefenen op zijn situatie en leeft in constante onzekerheid over wat zijn volgende verblijfplaats zal zijn. Hij begrijpt niets van het hoe en waarom van zijn bestaan: Kafka in ons Nederland van de 21e eeuw. Vanuit het perspectief van het jongetje is de politiek als een ongrijpbare, repressieve macht.

Maar zijn situatie belet Fayez niet om vooruit te kijken. Later als hij groot is, zo vertelt hij, wil hij dierenverzorger worden. Werken in de dierentuin, dat is zijn grote droom. We zien Fayez fietsend door zijn straat terwijl allerhande animaties dieren uitbeelden die hij ongetwijfeld in zijn hoofd al jarenlang voedt, knuffelt. Als hij over zijn droom vertelt begint hij helemaal te stralen: door alle onzekerheid heen geeft dat idee hem houvast. De hoop die de vluchteling put uit het vooralsnog onbereikbare geeft zijn bestaan van alledag richting en zin.

ANTITHESE

In totale stilte pakt Fayaz een verhuisdoos in. Het toeval wil dat hij tijdens het filmen van Droomvergunning wéér naar een ander huis wordt overgeplaatst. Dat is zowel treffend als tragisch: het geeft het verhaal meer kracht juist door Fayaz’ machteloosheid. Zwijgend verzamelt hij stuk voor stuk zijn bezittingen: met afstand het krachtigste beeld van de documentaire. Maar het is niet zozeer door de tragiek van dat moment, maar voornamelijk door het contrast met de rest van de film wat die scène zo opvallend maakt. Want Droomvergunning gaat uiteindelijk juist over het optimisme van de mogelijkheid te blijven dromen. Van het worden van een dierenverzorger als ultieme zingeving.

Het verhaal van Fayaz is de antithese van Nolan. Waar Inception middels de nachtelijke droom toont dat het allemaal complex is, laat Droomvergunning door de gekoesterde droom zien dat het moeilijke draaglijk kan worden. Dat het onbekende een plek kan krijgen. Een ras pessimist zou dat laatste (zelf)bedrog kunnen noemen: alsof een Afghaanse vluchteling werkelijk baas van Artis gaat worden. Vandaar misschien de verwantschap tussen ‘droom’ en ‘bedrog’. Maar wie een beetje levensaffirmatief denkt, durft juist te dromen en houdt zelfs in de meest uitzichtloze situatie het hoofd boven water. Leeft dus in zekere zin in ‘vreugde’ of ‘extase’, woorden die misschien net zo zeer de kern van een droom uitdrukken als het bedrog.

Of wellicht is een beetje bedrog een noodzakelijke voorwaarde om te komen tot vreugde.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.