Selfie-Harry-Mulish-ongekunsteld

De durf van de selfiemaker

De Joodse schrijver Howard Jacobson, te gast in de show van Adriaan van Dis, stelde dat het maken van selfies pure egotripperij is. Schrijven van literatuur is volgens hem een tegenovergestelde bezigheid: een zoektocht in twijfel vanuit jezelf naar anderen en de buitenwereld. Ik vraag me af of de selfie hier ook geen sporen van bevat. En moet het ego van de schrijver ook niet een beetje opgepompt zijn om zichzelf en de eigen boeken serieus te nemen? Laat staan het ego van een recensent?

Smile

Vroeger maakten mensen foto’s voor zichzelf. Om later nog eens door het fotoboek te bladeren en herinneringen op te halen met mensen die je nabij staan. Tegenwoordig maken de mens foto’s voor anderen. Om anderen betrekken bij de geweldige ervaringen die je hebt opgedaan. Ik deel de foto’s die ik maak op Aruba op Facebook omdat ik weet dat mijn vrienden en familie dat leuk vinden. Ik vind het zelf ook leuk om te laten zien wat ik meemaak. Misschien wordt het door deze foto’s te delen ook voor mijzelf specialer en meer echt. Omdat mijn sociale wereld zo een beetje weet wat ik meemaak. Vroeger was het moeilijker om met iemand mee te leven die ver weg was, nu blijf je toch iets dichter bij elkaar.

Mijn identiteit?

Zijn deze foto’s borstklopperij? Kunnen deze foto’s ook niet gedeeld worden uit puur enthousiasme? Of uit de behoefte om erkenning te verkrijgen van je sociale wereld dat het echt leuk is wat je doet en wie je bent? Zijn selfies daarin niet meer een experiment in hoe je je het beste kan manifesteren in deze beoordelende individualistische wereld gelijk aan de tekstuele zoektocht van de schrijver? Geeft schrijven en het maken van selfies niet beiden een soort vaste identiteit? Een creatie van een (virtuele, tekstuele) persoonlijkheid in deze wereld waar je zoveel vrijheid hebt dat je alles kan zijn als je maar wilt en als je maar durft te overdrijven?

Like me

Harry Mulisch is een goed voorbeeld van een egotrippende schrijver. Het staat los van het feit dat zijn boeken als literatuur worden beschouwd en beschouwd moeten worden: zijn motivatie hoeft niet diepgaand te zijn. Misschien schrijft hij omdat hij zoekt, maar misschien schrijft hij ook wel om de wereld te laten zien hoeveel hij waard is. Misschien heeft halverwege zijn schrijverscarrière zijn onzekere schrijversziel wel plaats gemaakt voor een Ego met hoofdletter.

Een selfiemaker begint net zo goed als een onzekere zoekende ziel, zoals er één in ons allemaal zit. Een ziel die een (virtuele) identiteit probeert te creëren met beeld. Hierin zit het zichtbare verschil: de schrijver creëert een identiteit met tekst, de selfiemaker met beeld. De selfiemaker kan zich ontpoppen tot een zelfverzekerd beeldmerk van zichzelf, de schrijver tot een literaire grootheid: Een verhaal van een (alter)ego die anderen waarderen. Elke like, elke gouden uil geeft voldoening.

De kwetsbaarheid

De selfie heeft naast het karakteraspect, waar romans uit voortkomen, het lichamelijk aspect: een deel van identiteit die je niet kan wegdenken. Daarin zou je kunnen zeggen dat de schrijver meer vrijheid heeft te liegen dan een selfiemaker. Misschien kan de schrijver dichter bij zijn of haar echte kwetsbare binnenste komen met meters tekst, maar de echte kwetsbare buitenkant is op selfies vaak meer aanwezig dan in een geprezen roman. Ik vraag me af of veel schrijvers deze durf bezitten zich lichamelijk zo bloot te stellen aan de wereld. Op dat gebied moeten de selfiemakers eerlijker durven zijn dan schrijvers.

Wat mij betreft is de uitspraak van Howard Jacobson dat het maken van selfies pure egotripperij is, een oppervlakkige, weinig reflecterende, analyse van een schrijver die het fysieke aspect van het leven is vergeten.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.