pater-passer-domesticus-knarr-kroniek-ongekunsteld

Dwingende onlust

Het leven als avontuurlijke reis naar de essentie van jezelf. Het werk ‘Narzis en Goldmund’ uit 1930 van Nobelprijswinnaar Hermann Hesse is hiervan een voorbeeld. Een avontuur langs de eigen levensthematiek, over het opheffen van innerlijke tegenstrijdigheden, over het perspectief op de eigen eindigheid en over het vinden van de eigen lotsbestemming. En: waarom een jaartje backpacken bevrijdend kan werken maar het een goed idee is om wel weer terug te komen.

Vader

De achtergrond van waaruit het verhaal zich ontspint, is een klooster genaamd Mariabronn in de middeleeuwen. Narziss, een jonge getalenteerde kloosterbroeder wijdt zijn leven aan de ascese van het monnikenbestaan. Hij is de personificatie van het intellect en voelt zich thuis in de filosofie en de theologie.

Narziss leeft gedisciplineerd en heeft absolute controle over zijn gevoels- en instinctieve leven. Wanneer op een dag een nieuwe student, genaamd Goldmund, zich in het klooster meldt, wordt Narziss’ interesse gewekt. Goldmund is door zijn vader aangemeld omdat deze voor hem een toekomst ziet weggelegd in het klooster. Al snel bloeit er een vriendschap tussen de twee, een vriendschap die veeleer gevoed wordt vanuit de respectieve verschillen tussen hen dan vanuit de identificatie. Goldmund heeft het zelf nog niet door, maar hij is geen man van het denken. Narziss, begiftigd met de gave een ander te kunnen doorgronden, ziet dat er iets wringt bij zijn jonge vriend.

Goldmund merkt zelf ook dat hij ongelukkig wordt in het klooster; hij loopt vast in zijn studie en voelt zich niet thuis tussen de andere studenten. Hij kan dit echter niet plaatsen. Narziss heeft het gevoel dat Goldmunds worsteling te maken heeft met de afwezigheid van een moeder in zijn leven. Goldmunds moeder is verdwenen met een groep zigeuners toen hij nog heel jong was, en hij kan zich geen beeld meer van haar vormen: zijn moeder lijkt geheel weggevaagd uit zijn systeem. Dit verandert tijdens een van de gesprekken tussen hem en Narziss. Narziss, die Goldmund haarfijn lijkt door te hebben, benoemt de verschillen tussen hen, tussen de twee typen mensen die zij zijn:

‘Jullie zijn thuis op de aarde, wij zijn thuis in de idee. Jullie lopen gevaar te verdrinken in de wereld van de zinnen, wij om te stikken in het luchtledige. Jij bent een kunstenaar, ik ben een denker. Jij slaapt aan de borst van je moeder, ik ben wakker in de woestijn.’

Op dat moment wordt Goldmund overweldigd door de catharsis in hem. Het beeld van zijn moeder dringt zich in alle hevigheid aan hem op en plots wordt alles duidelijk: hij is niet voorbestemd zijn leven te wijden aan het denken, hij moet leven naar het moederlijke in zichzelf.

Vader en moeder

Hierin staat het vaderlijke voor het denken, de rationaliteit, de wetenschap, de cultuur en het moederlijke juist voor het gevoel, de intuïtie, de natuur. Door zijn leven zonder moeder was Goldmund vervreemd geraakt van zijn eigen intuïtie. Jacques Lacan, een Frans denker en psychoanalyticus uit de 20e eeuw, heeft hier zeer zinnige dingen over geschreven die ons kunnen helpen het boek te interpreteren. De moeder staat, volgens Lacan, in de opvoeding van een kind voor het lustprincipe. Zij is immers de primaire behoeftebevrediger van het kind. Denk aan het geven van warmte, liefde en eten. Er ontstaat tussen een moeder en haar kind een constellatie waarin genot centraal staat en er een grenzeloos verlangen is naar elkaar, door Lacan ‘jouissance’ genoemd. Dit verlangen kent geen woorden, is ondefinieerbaar en daarmee onbegrensd.

Volgens Lacan is de onbegrensde aard van de jouissance beangstigend omdat het onverzadigbaar en compleet onbepaald is. Slechts lust is in zichzelf dus een paradox, omdat die altijd leidt tot onlust. De vader is noodzakelijk om dit verlangen te begrenzen, om het te bepalen en er woorden aan te geven. De vader staat bij Lacan voor de intrede van de taal. Zodra taal zijn intrede doet in de menselijke apparatus, ontstaat er een bewustzijn dat impliceert dat het onderbewuste, de natuur in ons, gestructureerd en begrensd wordt.

Moeder

Vanaf het moment dat Goldmund zich bevrijd weet van zijn (onbewust) opgelegde begrenzing, voelt hij dat hij wil leven naar zijn gevoel en intuïtie en zijn leven niet wil wijden aan het denken. Hij besluit het klooster te verlaten, iets waar Narziss begrip voor heeft, maar wat hem bedroeft. Goldmund trekt door het platteland van het middeleeuwse Duitsland en leeft zijn vrije, reizende bestaan. Hij leeft het leven van het genot, van de primaire behoeftebevrediging. Hij zoekt naar eten wanneer hij honger heeft, naar een dak boven zijn hoofd wanneer hij moe is, en hij bedrijft de liefde wanneer hij lust ervaart. En lust ervaart hij! Zijn liefde voor de vrouw blijkt een niet te stillen honger. Na elk romantisch intermezzo groeit zijn verlangen naar meer vrouwelijk contact. Dit genotsprincipe werkt (net als bij de baby en de moeder, zoals Lacan schetste) twee kanten op: de boerenvrouwen die hij tegenkomt, zijn wel in voor een verzetje en het wederzijdse verlangen blijkt enorm, blijkt grenzeloos.

Het lukt hem echter niet zich daadwerkelijk te binden. Wanneer Goldmund zich weleens een periode bindt aan plaats of vrouw, borrelen de existentiële vragen op en wordt hij overweldigd door een onrust en een twijfel die hij niet kan verdragen. Zolang zijn primaire bestaansreden bestaat uit het vinden van genoeg eten, een slaapplek of een vrouw voelt hij zich rustig, omdat er geen ruimte is om zijn leven te overdenken. Wanneer aan die primaire behoeften voldaan is, haalt de zelfreflectie hem echter in en voelt Goldmund zich vervreemd van zichzelf en zijn medemens door alle twijfels over de zin van het menselijke bestaan. Waar het ontspruiten van het moederlijke in hem zijn bevrijding leek, lijkt de grenzeloosheid van zijn vrijheidsverlangen echter steeds meer door te slaan naar een gevangenschap. Goldmund doet denken aan de backpacker die zijn halfjaartje Australië tot in het oneindige tracht te verlengen: hij móét vrij zijn, waardoor zich binden en een thuis creëren onmogelijk voor hem wordt.

De kunst

Goldmund voelt zich ontroerd wanneer hij op een dag in een kerkje een Mariabeeld aantreft. De schoonheid van dit beeld raakt hem diep en Goldmund besluit direct zijn gevoel te volgen en de meester op te zoeken uit wiens handen dit beeld komt en bij hem in de leer te gaan. En zo geschiedt. Goldmund trekt als protegé in bij de meester. In het scheppen van beelden vindt hij al snel zijn passie. De existentiële vragen die nu ook in zijn gedachten opborrelen, lijkt hij beter te kunnen kanaliseren:

‘Misschien, bedacht hij, is de wortel van alle kunst en wellicht ook van de geest, de vrees voor de dood. Wij zijn er wel bang voor, de vergankelijkheid doet ons huiveren, steeds opnieuw zien we met droefheid in het hart hoe bloemen verwelken en bladeren vallen, en in ons hart bespeuren we de zekerheid, dat ook wij verwelken.’

Golmund vindt troost in de kunst omdat deze onze vergankelijkheid overstijgt: ‘…die schoonheid is eeuwig, die glimlach is duurzaam, die mond blijft bestaan, zo gezond en somber tegelijk.’

En hij gaat verder: ‘Kunst, daarin verenigden zich de vaderlijke en de moederlijke wereld, de wereld van de geest en die van het bloed; de kunst kon naar het rijk van de zuivere abstractie leiden, maar anderzijds kon zij ook voortspruiten in een zuiver ideële wereld en eindigen als vlees en bloed.’

Deze overpeinzingen van Goldmund raakten mij. Ook voor mij is het schrijven van dit kleine essay wellicht een poging om aan de vluchtige en vergankelijke aard van mijn eigen eenzame, innerlijke wereld te ontsnappen door mijn gevoelsmatige fascinaties te verbinden aan mijn overpeinzingen in de vaststaande structuren van de semantiek. Op die manier legt Goldmund zijn rijke geestelijke en gevoelsleven vast in de beeldende kunst en weet hij zijn innerlijke tegenstrijdigheden op te heffen. Hij weet het vaderlijke en het moederlijke samen te brengen en vindt zichzelf – in de eenheid van het beeld – terug in dat wat hij vervaardigt. Goldmund voelt eindelijk een rust in zichzelf en hij stopt zijn hele wezen in zijn meesterwerk: een Johannesbeeld geïnspireerd op zijn grote vriend Narziss, die hij al die jaren niet meer gezien heeft, maar die nooit uit zijn gedachten en zijn hart geweest is.

DE LEVENSKUNST

Wanneer zijn beeld af is, lijkt niets hem nog in de weg te staan om een succesvol kunstenaar te worden. Mensen zijn lovend over het beeld en zijn meester wil hem opnemen in het kunstenaarsgilde. Goldmund ervaart echter een leegte: nu het beeld af is, lijkt zijn extase hierover ook verdwenen. Ondanks zijn thuiskomen in de kunst is ook dit niet de uiteindelijke oplossing voor zijn onrust. Dit is wat mij betreft het tragische alsook het mooie aan dit verhaal. Ondanks de momenten van pure bezinning die hij ervaart, blijft Goldmund in gevecht met de conflicterende verlangens in zichzelf. Enerzijds is er de behoefte om in het leven te staan en met volle teugen te leven en anderzijds is er de drang iets tastbaars achter te laten wat de vergankelijkheid overstijgt:

‘Ofwel je leefde intens, liet je zintuigen de vrije teugel (…) en dan had je weliswaar een hoop te genieten, maar er was niets dat je beschermde tegen de vergankelijkheid (…). Of je stelde je teweer, je sloot jezelf op ergens in een werkplaats, en je probeerde een blijvend monument te maken voor het vluchtige leven – maar dan moest je afstand doen van het leven.’

Zijn omzwervingen leiden hem langs de pest, doen hem ontsnappen aan een executie en brengen hem terug bij Narziss en het klooster. Ondanks de euforie die Goldmund ervaart in zijn weerzien met Narziss na al die jaren blijft Goldmund de momenten van het moederlijke afwisselen met het vaderlijke. Soms treft hij hierin een synthese in zijn kunst of in zijn liefde voor Narziss aan, maar ook blijft er de onrust en de existentiële twijfel die de kop blijft opsteken.

Hiermee laat dit werk zien dat het leven zelf geen synthese naar het ultieme geluk is. Altijd weer is er de strijd die zich aandient en word je gepakt door je eigen aard. De daadwerkelijke levenskunst lijkt dan ook niet te liggen in het bereiken van het pure geluk, maar in de omarming van de eigen tegenstrijdigheden. Om van daaruit de verbinding te blijven opzoeken, tussen jezelf en de ander, tussen het moederlijke en het vaderlijke. Tussen Narziss en Goldmund.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.