systemen-vrijheid-schaap-ongekunsteld

Een wereld waarin geleefd mag worden

Het is zomaar een dag en ik fiets door Utrecht. Links van me zie ik een grote plas water. ‘Verboden te zwemmen’, staat er op het bordje ervoor. Plots voel ik me verstikt. Hoezo verboden? God heeft toch niemand gemachtigd te bepalen of er in water gezwommen mag worden? Als kunstenaar voel ik me beledigd. Ik denk aan wildbreiers en existentialistische filosofie.

De Noorse droom

Ooit droomde ik van een wereld die door kunstenaars geschapen was. Of eigenlijk, een wereld waarin iedereen kunstenaar mocht zijn. Niemand deed er moeilijk over graffiti tegen de muren van de bibliotheek, of de vreemde voorwerpen die overal in de bomen hingen. Ik vergat die droom. Hij was immers totaal niet realistisch. Toen liep ik in Noorwegen over een bekende wandelroute. Al eeuwenlang is het de gewoonte van wandelaars, onder andere in Scandinavië, om torentjes te maken van stenen (‘steenmannetjes‘) die routes markeren. We gingen een bocht om waarachter een rivier stroomde. Ik kon mijn ogen niet geloven. De oever van de rivier was tot in de verte bezaaid met stapels stenen in allerlei vormen en van allerlei groottes. Het was een gigantisch kunstwerk. En dat door mensen die elkaar niet eens kenden. Bestond de wereld uit mijn droom dan toch?

Museumbomen

Waarom was ik zo onder de indruk van de torentjes en schrik ik nu van de plas water? In het Noorse landschap zag ik een teken van de mens in de wereld. En dan bedoel ik niet de mensheid, die grote steden bouwt en de natuur vervuilt, maar de individuele mens, die leeft. Hoe anders is het in een stad als Utrecht, in een land als Nederland? Alles is van iemand, elk stukje land. Je hebt je eigen huis, daar kun je doen wat je wilt, maar in de publieke sfeer wordt de wereld voor je bepaald. Daar moet je lopen, hier fietsen, daar laat je de hond uit en hier komt niemand. Neem een boom langs een weg in Utrecht. Je mag er niet in klimmen of er een hut in bouwen. Hij wordt jaarlijks gesnoeid om de een of andere vorm te behouden. Je mag hem al helemaal niet kappen voor een kampvuurtje. De boom is er alleen nog om naar te kijken, net als de plas water. De stad is een museum vol dingen waar je naar mag kijken, maar waar je beter niet aan kunt komen, laat staan een interactie mee kunt aangaan.

Volgens de Duitse filosoof Martin Heidegger draait het leven om die interactie: het in-de-wereld-zijn. We zijn geen geesten, we hebben een lijf. Wij reageren op de wereld en de wereld reageert op ons. Maar de bomen en het water in Utrecht mogen dat niet. Wij zijn als geesten in de stad.

Kunst van de straat

Waarom moet alles van bovenaf tot in details bepaald worden en mogen wij die interactie niet aangaan? Waarom mag onze stad niet veranderen? Zoveel mensen zeggen over hun huiskamer ‘dat erin geleefd mag worden’ – dan moet dat toch zeker kunnen in de wereld daarbuiten? Natuurlijk zijn er mensen die de interactie wél aangaan. Het meest voor de hand liggende voorbeeld is de ‘street-art’, van de graffiti-kunstenaar die vindt dat kunst in de wereld hoort. Deze doet wat de avant-garde ooit hoopte te doen: kunst uit musea halen.

Laat ons kunst niet beperken tot het ‘mooi maken’ van de omgeving. Kunst gaat volgens mij om de relatie tussen de mens en de weerbarstige fysieke werkelijkheid, die resulteert in allerlei soorten objecten, vaak niet ‘mooi’ te noemen. Denk eens aan een skateboarder. Die ziet meer in een bankje of stoeprand dan een ander. Die ziet een wereld die een ander niet ziet. Dat is creativiteit, dat is waar kunst vandaan komt: op een andere manier naar de wereld kijken. Of eigenlijk: voor mij ís kunst een manier om naar de wereld te kijken. Aan de bankjes die de skateboarder beschadigt, zien we dat hij in de wereld is. Natuurlijk is hij door velen niet zo gewenst in de stad, behalve in de skateparkjes dan. Hij gebruikt de dingen niet zoals ze bedoeld zijn en verandert het geplande. Toegegeven, de bankjes gaan kapot. Maar ja, zo gaat dat in een huis waarin geleefd mag worden.

Het gemis van het bestaan

Er is ook een mildere vorm van verzet mogelijk, namelijk het wildbreien: het fenomeen waarbij bomen, lantaarnpalen en prullenbakken in de stad worden ingepakt in kleurrijke breiwerkjes. Er heeft niemand last van en bijna iedereen vindt het leuk. Zo’n fenomeen zegt iets over wat de mens mist, zoals kunst in zijn algemeenheid vaak gaat over wat gemist wordt. We missen onze eigen hand in onze eigen omgeving. En niet alleen onze eigen hand, ook die van alle anderen, van wie we helemaal niets merken als we allemaal in ons eigen huisje verscholen zitten. We willen merken dat we bestaan. We willen niet als geesten in het museum van de stad leven, we willen in de wereld zijn!

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.