Tijgers-en-Van-Gogh-zonnebloemen-ongekunsteld

Een wolhok in tijgercontext

Kijken we naar een gat of een deurmat? Houden we van dreigende dieptes of leven we liever in de illusie dat die niet bestaan? Wat zegt dit over ons? Wat zegt dit over mij? Descent Into Limbo van Anish Kapoor liet mij gewetenloos lang staren. Ik stond voortdurend in de weg. Je ziet een witte ruimte met een zwarte vlek, meer niet. Het geeft een energie van fladderige duiven in donkergrijs weer, en roept vragen op.

Vaak voel ik te veel afstand om iets van een object te vinden. Museum de Pont in Tilburg weet die te doorbreken. Het gebouw heeft de ruime, maar toch kleine, structuur van een kijkdoos. In de grote zaal vind je deuren van microkamertjes. Vroeger werden ze wolhokken genoemd. Ze herbergen verstommingen in de vorm van objecten die zorgen voor peinzende wenkbrauwen en scheve lippen waar vervolgens een “o ja”  of ” ha” uit vlindert. Ik kocht een ansichtkaart en hing hem op in mijn wc.

De ruwe bolster

In het Van Gogh Museum beleefde ik dit anders.  Ik was er voor een workshop over tentoonstellingsteksten, samen met wat medestudenten en een gastdocent. Hoewel ik het museum al vaker had bezocht, leek het me leuk om te doen alsof ik alles voor het eerst zag.

Aan mijn linkerhand vond ik een introductiehoekje van de tentoonstelling. Een vreemde plek eigenlijk, om een tentoonstelling te beginnen; hij ligt niet centraal en een beetje in de schaduw van de benedenverdieping. Ik begon de introductietekst te lezen. De lange formele zinnen die elkaar opvolgden bleven algemeen. Ze betrokken je amper bij de tentoonstelling en ik las ze misschien wel vijf keer opnieuw. Mijn concentratieboog was kort. Ik vroeg mijn gastdocent of ze wist welke doelgroep het museum voor ogen had tijdens het schrijven van de teksten. Het ging om jonge toeristen met weinig kennis over kunst.

Tijgers

Ook de ruimte is niet zo uitnodigend. Het gebouw bestaat uit zwart en wit. Je vindt er beveligingspoortjes, suppoosten die verzoeken om stilte en een museumwinkel die een breed arsenaal aan dure Van Gogh-speeltjes verkoopt. Ik voelde mij behandeld als een anoniemeling, een onpersoon, een klein hoekje uit een grote brok massa die niet wil luisteren. Natuurlijk is die beveiliging logisch, voor een groot en beroemd museum als het Van Gogh. En ze hebben een heel leuk kinderatelier, dat valt niet te ontkennen. Maar de afstandelijkheid van het museum lijkt te contrasteren met het hoofdonderwerp. Vincent van Gogh was gevoelig en dat is te zien aan zijn werk. Het is alsof hij interviews met zijn personages heeft afgelegd van minstens vijf jaar. Hij schilderde karakters in plaats van realistische poppetjes, en koos voor brandende en onrealistische kleuren in grove toetsen. Zijn voorstellingen zijn intens. Ik vraag me af wat Van Gogh zou hebben gevonden als hij dit gebouw was binnenlopen.

Wat is er nu eigenlijk zo leuk aan musea? Waarom willen we dit? Waarom moet iedereen dit zien? De museoloog Kenneth Hudson schreef ooit: “A tiger in a museum is a tiger in a museum and not a tiger anymore”. Hiermee bedoelt hij dat erfgoed van context verandert zodra het in een museum wordt geplaatst.  Soms gaat dit erg ver. Zoals bij het Van Gogh museum. Het werk dat daar hangt werd tijdens haar geboorte nog beschouwd als iets ontregelends. Vandaag is het omhult door een vlak museum dat zich richt op jonge toeristen, die de instelling bezoeken omdat ze nu toch in Amsterdam zijn, zodat ze later kunnen zeggen dat ze Van Goghs’ werk hebben gezien. De hele context is verschoven.

Puberruil

Musea en ik, we hebben een haat-liefde verhouding. De ene instelling irriteert me mateloos, de andere blijft me altijd bij. De Pont behoort tot de laatste categorie. Hun website verwoordt het prachtig: “Het museum verzamelt niet in de breedte maar in de diepte”.  De hedendaagse kunst staat centraal en de bezoeker is vrij om dit op te nemen zoals zij dat zelf wil. Iedereen is er welkom, maar lang niet iedereen voelt iets voor abstracte kunst. En als je dat niet voelt, maar wel benieuwd bent naar de bedoeling van het object, ben je bij de Pont niet helemaal aan het juiste adres. Er zijn boekjes, maar daarin wordt weinig informatie gegeven. Echte waarheden dragen ze niet aan. Als je meer wilt weten kun je achteraf beter een bezoekje aan de website brengen, of een boek kopen in de museumwinkel. Het Van Gogh richt zich juist heel erg op het toegankelijk zijn voor een breed publiek.

Vroeger keek ik weleens naar Puberruil. In dit televisieprogramma wisselt de ene puber van gezin met de andere puber. Zo ruilde een hockeymeisje uit Bloemendaal met een zigeunermeisje, en een Surinaamse jongen met een puber in Londsdale-kleding. Er ontstonden mooie gesprekken, en verruimende inzichten. Het beoogde effect van deze ruil was een genuanceerd besef over iets dat met de samenleving te maken heeft, en dat kwam meestal uit.  Hoe zou het zijn om dit soort ruilen te realiseren onder totaal verschillende musea? Dat een curator van het Van Gogh voor twee weken ruilt met een curator van De Pont? Het lijkt mij een geweldig project!

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.