Gouden-telefoon-ongekunsteld

We eisen onze toekomst terug!

Alles lijkt tegenwoordig een revival van het verleden te zijn, van de populaire tekenfilmseries die niet meer dan een verzameling van verwijzingen naar een vroegere popcultuur lijken te zijn, tot de vintage kleding die we kopen om er hip en trendy uit te zien. Science fiction – hét middel om deze constante herleving van het verleden bestrijden – lijkt jammer genoeg te zijn gedegradeerd tot de herhaling van een toekomstbeeld van zo’n 30 jaar geleden.

“Kom ik op een site die over kunst gaat, krijg ik een artikel over politiek…”. Kunst moet immers enkel schoonheid zijn, het liefst veilige schoonheid zonder van die vervelende politieke of psychologische elementen erin; een beetje net als de producten die je op een site als Etsy kunt kopen. Wat jammer toch dat de wereld waarin we ons voortbewegen zo veel complexer is dan dat! Kunst (en ik gooi hier voor de gein pop cultuur ook bij!), politiek, wetenschap, religie, maatschappij; allemaal aspecten die elkaar overlappen, door elkaar heen bewegen en samen de hybride vormen die onze realiteit is. Met het boek De Toekomst Hervonden laat essayist en socioloog Omar Muñoz Cremers op prachtige wijze de raakvlakken tussen al deze verschillende elementen zien.

Culturele stilstand

Isaac Newton had gelijk toen hij zei dat we op de schouders van reuzen staan. We zijn allen producten van het verleden, maar op cultureel vlak lijken we op dit moment enkel in staat te zijn dit verleden te reproduceren in plaats van er daadwerkelijk iets nieuws van te maken. Vroeger was alles beter, nu is er crisis en staan we op de rand van een ecologische nachtmerrie. Wat betekenen Muñoz Cremers’ woorden “in een cultuur die vooruit kijkt bloeit science fiction vrijwel altijd op” dan voor onze eingen samenleving? We lijken in Nederland geen moeite te hebben om onze etnische en religieuze minderheden ervan te beschuldigen dat ze in het verleden vastzitten, terwijl de cycli van revivals binnen onze eigen cultuur elkaar steeds sneller lijken op te volgen.

Technologie zal ons bevrijden!

Technologische ontwikkelingen lijken ervoor te hebben gezorgd dat het maken van kunst – zij het muziek, film, maar ook beeldende kunst – een stuk makkelijker en goedkoper is geworden dan voorheen. Met de opkomst van de personal computer en allerlei hardware en software heb je geen honderdduizenden euro’s meer om je eigen studio te bouwen. Dure tekenspullen en cursussen zijn niet meer nodig, je downloadt (mogelijk gratis) een tekenprogramma en leert via online tutorials op Youtube. En met de komst van betaalbare 3D-printers kan zelfs het beeldhouwen met de laptop of tablet worden gedaan.

Als we kijken welke gevolgen dat deze ‘democratisering van kunst’ heeft voor bijvoorbeeld muziek, zien we dat muzikanten nu voornamelijk terugblikken en het verleden herleven zonder dat er concreet wat nieuws wordt gemaakt. Je zou verwachten dat de ‘democratisering’ van het maken van kunst ervoor zou hebben hebben gezorgd dat er allerlei nieuwe ideeën ontstonden, maar helaas. Ook al zou je dan wel moeten toegeven dat er allerlei hele interessante hybride vormen zijn gekomen doordat mensen hun verschillende invloeden met elkaar combineren.

Maar is het überhaupt nog mogelijk om een nieuwe ‘Grote Plaat’, zoals Muñoz Cremers het voor de muziek omschrijft, te maken? Hij stelt al dat het onmogelijk is om aan de verwachtingen te voldoen, die alsmaar groter en groter lijken te worden. Als we kijken naar de grote artiesten die de headliners zijn op festivals of de grote zalen en stadions uitverkopen, dan zien we toch dat het bijna altijd bands zijn van minimaal twintig jaar oud. Muzikanten die in het verleden (en voor sommigen en ver verleden) een naam voor zichzelf hebben opgebouwd.

Het verdwijnen van de underground

Terugkijkend naar de rave muziek van de jaren ’90 constateert Muñoz Cremers dat het voornamelijk een ervaring was waarbij mensen samenkwamen; de muziek deed je versmelten met iets dat groter is dan jezelf. Dit gevoel van samenzijn kwam echter al gauw ten einde door twee factoren: ten eerste doordat het genre verwaterde in allerlei subgenres die zich weer verder opsplitsten (alhoewel je je natuurlijk wel kunt afvragen of dit nou iets was dat exclusief voor rave geldt); ten tweede door wat de auteur de ‘onvermijdelijke verzakelijking’ noemt. Een wereld waar allerlei zielen door middel van de beat met elkaar verbonden waren brak af in allerlei kleine stukjes, en elk van deze stukjes kreeg een heerlijk laagje polderbureaucratie over zich heen. Al gauw verdwenen plekken waar geëxperimenteerd werd (niet enkel met muziek); we kregen er veilige en afgebakende venues voor terug. De incubatieplek, die zo belangrijk is voor de ontwikkeling van een opkomende muziekstroming, lijkt te zijn verdwenen, winstmaximalisatie en veiligheid zijn de norm. Dit geldt trouwens niet alleen voor muziek, maar ook andere kunstvormen.

Alhoewel er toch nog een ondergrondse (al dan niet gereguleerde) cultuur lijkt te bestaan, lijkt deze door het wegblijven van een ongereguleerde incubator gereduceerd te zijn tot een wanhopige stuiptrekking van decennia terug. We doen ons voort alsof we in de vorige eeuw zijn blijven hangen, onze lifestyle gereduceerd tot een soort van tijdcapsule: zij het de zoveelste poging om de jaren ’80 weer een nieuw leven in te blazen, of het feit dat velen van ons nog in totale ontkenning leven dat de jaren ’90 allang voorbij zijn.

“… er is overal wel wat, dan weer dit en dan weer dat”

Misschien had Frans Bauer het wel bij het juiste eind toen hij de zin hierboven zong. We lijken in een permanente staat van (economische) crisis te leven, en de politiek oogt machteloos om er wat tegen te doen. Je zou dan misschien denken dat de toekomst verbetering brengt, een oplossing voor deze malaise. Echter, de negatieve toekomstbeelden lijken de positieve varianten te overtreffen, om de woorden van Muñoz Cremers te gebruiken. In de komende jaren kunnen we enkel de gevolgen van overbevolking, vervuiling en klimaatverandering verwachten. Geen wonder dat we dan terugblikken op een (fictief) verleden!

Maar wat maakt het verleden zo anders van nu? Is het misschien de manier waarmee we, mede door technologische ontwikkelingen zoals het internet, omgaan met wat er om ons heen gebeurt? Of had Naomi Klein gelijk toen ze in The Shock Doctrine beargumenteerde dat politieke leiders rampen en tijden van crisis misbruiken om controversieel en impopulair beleid door te voeren, terwijl burgers zowel psychologisch als fysiek als financieel te afgeleid zijn om er werkelijk wat tegen te doen? De permanente staat van crisis waarin we volgens Muñoz Cremers lijken te leven, lijkt de perfecte voedingsbodem voor het doorvoeren van normaal gesproken ongewenst beleid zoals het dood reguleren van de openbare ruimte en het afdwingen van winstmaximalisatie als levensfilosofie (zelfs onze pogingen om eraan te ontsnappen lijken zich uit te monden in dit kapitalistische mantra).

Of toch maar de ruimte in?

De Toekomst Hervonden lijkt de oplossing voor dit alles te vinden door naar boven te kijken. Muñoz Cremers beargumenteert dat de aarde conceptueel verzadigd is en dat het misschien tijd is om andere planeten te koloniseren. Op die manier zou er weer ruimte ontstaan voor nieuwe ideeën, niet gelimiteerd door de gevolgen van een te hoge bevolkingsdichtheid. Je kunt je natuurlijk dan afvragen in hoeverre dit een werkelijke oplossing is en niet enkel het ‘verplaatsen van het probleem’. Andere planeten raken weldra ook weer overbevolkt en voor je het weet wordt ook alles daar dood gereguleerd, of misschien komen we daar al helemaal gereguleerd aan en zal die ruimte om iets werkelijk nieuws te scheppen er nooit zijn.

Een punt wat hier vergeten lijkt te worden is dat we in een wereld leven waarin de dominante ideologie decennia lang te tijd heeft gehad om ervoor te zorgen dat er geen enkele andere oplossing zichtbaar is. In zijn boek Debt: The First 5,000 Years beargumenteert David Graeber dat er een compleet apparaat, waarbij de politieke en economische belangen elkaar ontmoeten, is ontstaan met het doel ervoor te zorgen dat het niet mogelijk is om te zien zien dat sociale bewegingen groeien, succesvol zijn of alternatieve oplossingen bieden. Het enige systeem wat zichtbaar is, is de neoliberale realiteit waarin we leven. Elk ander idee is op z’n minst naïef, een potentiële dreiging die vanaf het begin al uitgeroeid moet worden, zij het door middel van militaire interventie of staatsrepressie, of propaganda aanvallen.

Kapitalisme lijkt constant op het punt van uitsterven te staan; de permanente crisis waar Muñoz Cremers het over heeft. Door het wegblijven van een zichtbaar alternatief, krijgt deze dood apocalyptische proporties, er is dan immers niets meer. Geen wonder dat men er alles op zit om dit systeem wanhopig vast te houden, onder andere door te blijven hangen in het verleden.

Het lijkt erop dat we enkel onze toekomst kunnen terugeisen door ons te ontdoen van de kettingen van het heden die ons in het verleden gevangen houden.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.