hateful-eight-quentin-tarantino-lemnaru-ongekunsteld

Gedwongen castratie voor Quentin Tarantino

Vandaag dacht ik dat ik misschien een man moest zijn. Niet dat het tussen je benen bungelende geslachtsorgaan me nou zo lekker lijkt, en ik ben ook zeker niet jaloers op het voetbalmanische stereotype. De reden dat ik dacht over een operatie heeft te maken met het onverwacht opborrelen van pacifistische gedachten, aangewakkerd door de nieuwste film van Quentin Tarantino: The Hateful Eight.

Bambi

Ik ervaar het vrouw-zijn meestal niet als zwakte. Laatst vroeg iemand me wie ik dacht dat het zwaarder had: de man of de vrouw. Ik antwoordde in eerste instantie: ‘De man’. Later bedacht ik dat ik dat misschien wel zei omdat ik als vrouw niet tegen een man kan zeggen dat ik denk  dat het de vrouw is. Het zou kunnen overkomen als een zwaktebod. Binnen dit gesprek speelde gender zeker een rol.

In sommige gevallen is het zeker een nadeel om vrouw te zijn. In de negentiende eeuw waren er de zogenaamde ‘gemaskerde schrijvers’, die een mannelijk pseudoniem kozen om te ontkomen aan de vooroordelen van literaire kritiek, zoals onder anderen George Eliot (pseudoniem van Mary Ann Evans) en de gezusters Brontë, die onder meerdere namen opereerden.

We zijn inmiddels ook wel weer voorbij het punt dat er blijmoedig wordt beweerd dat de bewegingen voor vrouwenemancipatie radicale veranderingen teweeggebracht hebben. Ja, vrouwen mogen stemmen, zelfstandig hun geld verdienen en abortus plegen, maar daarmee is het meeste wel gezegd.

Ook in deze tijd hebben we namelijk te maken met bovengenoemde problematiek. Als een vrouw iets wil zeggen wat kan worden opgevat als een ‘zacht’ standpunt bijvoorbeeld. Mijn (vrouwelijke) gesprekspartner zei hierop: ‘O, maar als er een mannennaam staat dan denk ik gewoon: flikker.’ Waarmee zij eigenlijk bedoelde te zeggen dat de homoseksuele man synoniem staat aan een zwakke man. Iemand op gelijk niveau met de vrouw. En zo heeft het kiezen van een mannelijk pseudoniem in deze tijd niet meer de gewenste uitwerking.

De reden waarom ik voor dit artikel mijn hoofd brak over een geschikt mannelijk pseudoniem is omdat ik me eigenlijk niet durfde te wagen aan het doelbewust afzeiken van The Hateful Eight. Ik stelde me voor dat elke passage met pacifistische trekjes gekoppeld zou worden aan mijn vrouwennaam en daardoor zou worden geclassificeerd als ‘vrouwelijk commentaar’.

Western

De eerste helft, of misschien zelfs de eerste drie kwart van de film, is echt hartstikke goed. Een cast die staat als een huis. Sterke dialogen die niet worden afgeraffeld of ingekort, maar waarvoor de tijd genomen wordt. Prachtige beelden van de hand van cameraman Robert Richardson, die elke centimeter van het doek onder controle lijkt te hebben.

Ook het verhaal staat me niet tegen. Twee premiejagers, belichaamd door Samuel L. Jackson en Kurt Russel, besluiten te schuilen voor een sneeuwstorm. In de herberg zijn zij niet de enigen en de onderlinge verhoudingen worden al vanaf het begin gekenmerkt door wederzijds wantrouwen. Dit wantrouwen vindt zijn grond in de achtergrond van de aanwezigen: sommigen vochten tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog voor het Zuiden, anderen voor het Noorden. En dan heeft één van de premiejagers ook nog eens een donkere huid.

Wat volgt, is een wirwar van mentale spelletjes vol venijn. Het is spannend, het is goed. Totdat de film alleen nog een expliciete uitvoering is van de spanning die al in het eerste deel besloten ligt: hoe meer bloed hoe beter. Spannend is het daardoor allang niet meer – schokkend des te meer.

In de Duits-Turkse film Gegen die Wand komt ook relatief veel geweld voor. Ik schrok op de manier waarop regisseur Fatih Akin het bedoeld had: binnen de kaders van het verhaal. Het geweld was functioneel en ik vond het daarom niet schokkend dat de regisseur het liet zien. Het was integer; met geen mogelijkheid kon je erom lachen. Het karakter van Tarantino’s geweld is niet integer; het is pure geweldsverheerlijking.

DE HYPOCRISIE VAN DE LACHENDE BIOSCOOPBEZOEKER

Het is eigenlijk niet eens Quentin Tarantino voor wie ik bang ben, noch Samuel L. Jackson met zijn losse revolverhandjes. Het zijn de popcornvretende mensen in de bioscoopzaal – die hun lichaam nog geen tien centimeter hoeven op te schuiven om mij aan te raken – die me doen huiveren. Mensen die ik tegenkom in de metro, die achter me in de rij voor de kassa staan, met wie ik zij aan zij sta te dansen in een club.

Het zijn (misschien wel) dezelfde mensen die zich zonder aarzelen achter de massaleus ‘Je suis Charlie’ schaarden, zonder zich eerst te verdiepen in het haatdragende en grensoverschrijdende tijdschrift Charlie Hebdo. Het zijn (misschien wel) dezelfde mensen die ‘Imagine’ van John Lennon naar de eerste plek in de Top 2000 hebben gestemd, nadat het nummer door een anonieme pianist als eerbetoon voor de slachtoffers van de aanslagen in Parijs bij het Bataclan werd gespeeld. Het zijn (misschien wel) die mensen die op een ander moment zitten te lachen om het veelvuldige vloeien van bloed in The Hateful Eight.

Het ene moment tonen zij zich empathisch, dan weer bloeddorstig. Dat laatste gebeurt op momenten dat het geweld van de ‘goede’ kant komt. Met elke lachsalvo word ik een beetje angstiger voor de wereld waar ik deel van uitmaak.

Zwakst

Ik weet ook wel dat we hier te maken hebben met acteurs, ketchup, suggesties door montage. Maar film is een sterk medium. De moraal van het verhaal kan zich nestelen in je brein zoals een baby in een baarmoeder. Een moraal die we niet naar elkaar uitspreken, maar die doorsijpelt in onze ziel. Wie zegt dat de grens tussen film en alles erbuiten voor altijd een harde blijft? Wij mensen zijn maar simpele groepsdieren. Meelopers. We zijn beïnvloedbaar, hoezeer we ook trachten rationele en weldenkende wezens te zijn.

Een illustratief voorbeeld is de Stereotype Bedreiging Theorie van Claude Steel en Joshua Aronson. Het gaat ervan uit dat wanneer iemand zich bewust is van de kans om gestigmatiseerd te worden, dit kan dienen als self-fulfilling prophecy. Zij toonden dit aan met een onderzoek onder zwarte Amerikanen over wie het stigma werd uitgeroepen dat ze niet intelligent zouden zijn. De prestatie van zwarte studenten werd ondermijnd wanneer zij stereotype bedreiging ervoeren.

Hetzelfde onderzoek is op andere groepen uitgevoerd. Zo presteerde een groep vrouwen minder goed op een wiskundig probleem wanneer zij boven aan het formulier hun sekse moesten invullen. Professor Anne Maass testte dit gegeven in de schaakwereld. Als de spelers het geslacht van hun tegenstander niet kenden, waren vrouwen ongeveer even goed als mannen. Wanneer vrouwen zich ervan bewust waren dat hun tegenspeler een man was, daalde hun prestatie drastisch.

Daar houdt het niet op. Want de Charlies van deze samenleving werden over het algemeen, op uitzonderingen als Aboutaleb’s publieke uitspraak ‘Nous sommes tous Charlie‘ na, niet van hogerhand samengevoegd tot één sterke massaman met een geuzennaam. Dat deden ze vooral zélf. Het lijkt wel of we alleen maar in enen en nullen kunnen denken: als jij je geen Charlie noemt, dan sympathiseer je vast met de terroristen. Als Assad tégen ISIS is, dan hoort hij vast bij de goede kant. Er is niets tussen de Noordpool en de Zuidpool.

De verantwoordelijkheid van de media

Wie bepaalt wat we wel en niet kunnen zien en hoe we ernaar kijken? Laatst woonde ik een lezing bij op het Piet Zwart Instituut. Schrijver Florian Cramer vertelde op inspirerende wijze over de geschiedenis van de curator en ineens zaten we te kijken naar een film waarin een mannelijke curator door twee kunstenaars verkracht werd in een galerie.

Ook in dát zaaltje, vol nette kunststudenten met lakschoentjes en twee verschillende sokken, werd gelachen – het was dan ook een bizarre situatie en het was niet gelijk duidelijk of de curator betrokken was geweest bij de plannen voor deze zogenaamde ‘performance’ toen hij aan een paal werd vastgebonden en zijn broek omlaag ging. Dat bleef een beetje in het midden. Er kan veel verstopt worden onder geschater. Toch had iedereen achteraf een beetje een rare nasmaak; het was immers geen fictiefilm die daar getoond was. De vraag of Cramer had verzuimd om voorzichtig met zulke zaken om te springen, speelde op.

The Hateful Eight is een fictiefilm. Toch geldt ook hier: welke verantwoordelijkheid draagt Tarantino naar zijn publiek? Wat is de kip, wie het ei? Zijn wij al zozeer afgestompt dat we alleen maar kunnen lachen, of verziekt Tarantino de moraal? Wellicht is het niet relevant ons bezig te houden met de volgorde. Wat we weten, is dat de mogelijkheid bestaat dat zij elkaar versterken. Tarantino wordt in zijn achteloze gebruik van sensationeel geweld gesteund door zijn publiek, terwijl het publiek gevoed wordt in het idee dat je moet kunnen lachen om geweld omdat Tarantino het geweld inbedt in scènes die humoristisch bedoeld zijn. Sterker nog: de mensen die niet lachen om geweld, die mag je uitlachen. En als het een vrouw is, kun je altijd nog denken: ach, het is een vrouw.

Toch blijft het een vooronderstelling dat geweld in fictie een slechte invloed heeft op mensen. Talloze onderzoeken worden er verricht naar de verbanden tussen het spelen van games zoals World of Warcraft en agressie. Soms is de uitslag: ja, geweld heeft zijn weerslag op de samenleving. Een andere keer is de uitslag: nee, het is goed dat mensen hun agressie kunnen botvieren op een spel in plaats van op de samenleving.

Hateful nine

Het zien van zoveel geweld, op een vermakelijke wijze in beeld gebracht, werkt in elk geval aanstekelijk. Ik ben witheet van woede, ik loop paars aan van opwinding, dan weer ben ik rood van schaamte om mijn soort – de mens.

Ik weet niet of het overvloedige geweld in The Hateful Eight te wijten is aan het geslacht van de regisseur, maar toch zou ik Tarantino en zijn achterban het liefst (geheel naar het beeldjargon van de film) massaal ontdoen van hun klokkenspel. Drie kogels per bal.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.