Afwezigheid-ongekunsteld

Hij bestaat niet hoor

Jonas Karlsson is een gerenommeerd toneelschrijver en nu ook een debuterend romanschrijver. Met De Kamer probeert hij zich de kunst van het literair schrijven eigen te maken. Is dit gelukt? Half, zou ik zeggen. Het verhaal is er, helder, maar de wereld achter de zichtbare oppervlakte, die gerenommeerde romanschrijvers ons laten ervaren, ontbreekt: de diepte van twijfel aan de waarheid. De personages zijn nog van papier en mijn werkelijkheid nog precies hetzelfde als vóór het lezen van dit boek.

Ik ben fantastisch, de anderen zijn SUCKERS

Björn, de hoofdpersoon, is naar een ander ambtenaarskantoor gestuurd met een handzwaai en de woorden ‘move on’, en interpreteert zijn ontslag als een carrière switch. Hij is dan ook vastberaden: ‘Ik wilde snel iemand worden met wie men rekening hield.’ Hij kijkt neer op zijn nieuwe collega’s die maar sloom, dom en slordig zijn. Hij vindt zichzelf daarentegen gedisciplineerd, snel en slim. Waar hij zich de allerbeste voelt is in een perfect geordende kamer op zijn ambtenarenkantoor tussen de toiletten en de liften waar het helemaal stil is. Daar kan hij de hele wereld aan, is hij aantrekkelijk, gewild en enorm productief. Hij gaat er vaak even stiekem heen om uit te rusten of om te werken.

Hij is een beetje raar

Na een paar weken op zijn nieuwe kantoor ontstaat geroezemoes onder zijn collega’s: ze zien hem vaak minutenlang stil tegen een muur aan staan tussen de toiletten en de liften. Gebruikt hij drugs? Is hij wel helemaal lekker? De directeur roept ze bijeen in zijn kantoor. Zijn collega’s vragen hem zonder omwegen of Björn niet kan worden ontslagen. Björn verklaart zijn hele kantoor voor gek. Hij staat niet tegen een muur niets te doen, er is daar een kamer waar hij af en toe zit om te rusten of te werken: zijn ideale wereld.

Wij hebben het door!

Zijn beleving van de kamer verandert niet, evenals zijn houding. Wel is er een omslag in zijn omgeving wanneer Björn fantastische rapporten blijkt te schrijven. Hij wordt serieuzer genomen en zijn collega’s treden hem meer tegemoet. Sommige collega’s gaan zelfs twijfelen over het niet-bestaan van de kamer. “‘Er is toch verdomme geen kamer?’ vroeg Jörgen en hij zwaaide zo met zijn armen dat het schilderij met het fruit begon te schommelen.” Jörgen twijfelt misschien een beetje, maar als lezer twijfel je nooit: het hele boek is een aaneenschakeling van constante karakters die reageren op een constante kwestie namelijk dat Björn een kamer ziet tussen de toiletten en de liften en zijn collega’s niet. En zijn collega’s hebben gelijk. Dit bedoel ik met het verschil tussen Jonas en gerenommeerd romanschrijvers: het boek mist de diepte van twijfel aan de waarheid.

Het is oké

Ik raad je niet af dit boek te lezen. Het is een vermakelijk verhaal, vlot geschreven, niet té simpel en in een dagje gelezen. Maar als je geraakt wil worden, gekneed, uitgedaagd en in existentiële twijfel gebracht wil worden dan zou ik je toch willen doorverwijzen naar Gerard Reve of Harry Mulisch. Nederlandse schrijvers zouden sowieso bovenaan je lijstje moeten staan als ze nog niet tot je leesgeschiedenis behoren.  Ik geloof dat een beperking tot het uitsluitend lezen van Nederlandse literatuur tot verrijking leidt. Misschien denkt de hele wereld daar anders over, maar wacht maar tot ik fantastische recensies blijk te schrijven en serieus word genomen.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.