LA-ongekunsteld

Kunstdebat en voedselorgie

De Rotterdamse theatergroep Wunderbaum mocht een voorstelling maken in Los Angelos. Met projecten als The New Forest (waar we vorig jaar over schreven) presenteert Wunderbaum zich al een paar jaar als vernieuwende theatergroep die iedereen wil betrekken bij hun stukken; ook mensen die niet zoveel met theater hebben. In Looking for Paul laten de acteurs het maakproces zien, met alle worstelingen en discussies over hoe zij precies zo vernieuwend kunnen zijn. Het werd een onderzoek naar het werk van kunstenaar Paul McCarthy (“who did not play bass for The Beatles”), met als doel om wraak op hem te nemen.

De voorstelling bestaat uit twee delen: het voorlezen van de e-mails die de acteurs naar elkaar verstuurden tijdens het repetitieproces, en het eindresultaat ervan. Hier begonnen werkelijkheid en fictie door elkaar te lopen. Eén van de actrices uit Wunderbaum deed zich namelijk voor als een verlegen Rotterdamse eigenares van een boekenwinkel, die woedend was op McCarthy. Haar reden? Zijn kunstwerk Kabouter Buttplug: een zwarte, enorme kerstman met een anale dildo in zijn hand, waar zij dagelijks vanuit haar raam op neerkeek. Betaald van haar belastinggeld. De toneelgroep nam haar mee naar L.A. voor een wraakactie en een politiek debat over public art met McCarthy.

‘Als iemand me zoekt, ik zit in het zwembad’

Vervolgens verliep het stuk als volgt: de acteurs lazen de e-mails voor die zij tijdens het maakproces in L.A. naar elkaar gestuurd hebben. Eén wil een politiek debat, de ander zou het allerliefst A Streetcar Named Desire spelen. Het hele proces kijkt de boekenverkoopster ontevreden toe: het lijkt erop dat Wunderbaum McCarthy steeds meer gaat waarderen en haar wraakactie in het water zal lopen. De groep wordt steeds meer afgeleid door de verleidingen van L.A., waardoor de e-mails steeds vaker een inhoud hebben als: ‘als iemand me zoekt, ik zit in het zwembad’. Zo tikt de tijd door en hebben zij de dag van de première nog steeds geen voorstelling. Het voorlezen van de e-mails is grappig, maar erg statisch. Zeker een half uur zitten de acteurs alleen maar op hun stoel met een briefje in hun hand.  Het is leuk om het proces achter een voorstelling als deze te zien, maar het had niet de helft van de voorstelling in hoeven nemen.

De geur van ketchup en augurk

En dan het eindresultaat. Het is een performance gebaseerd op het werk van McCarthy, waarin allerlei elementen uit zijn werk gepresenteerd wordt. De installatie zit bijvoorbeeld boordevol verwijzingen naar popcultuur, zoals Disney en Lady Gaga. Ze worden op en walgelijke manier gepresenteerd: de acteurs besmeren elkaar met ketchup, mayonaise en een eetbaar mengsel dat poep voor moet stellen, ze eten augurken uit elkaars bilspleet en wringen zich in de vreemdste lichamelijke posities. Hiermee maakte Wunderbaum een perfecte collage van het werk van McCarthy. Als toeschouwer ga je door drie stadia: ten eerste een schok en gevoelens van afschuw, vervolgens begin je te filosoferen over de essentie van kunst, belastinggeld en over voedselverspilling, maar wanneer de groep steeds maar nieuwe grenzen overschrijdt kun je alleen nog maar lachen. Terwijl de geur van ketchup gemengd met augurk de zaal in trok, kregen steeds meer toeschouwers de slappe lach. Uit afkeer, uit onbegrip, of omdat het daadwerkelijk grappig is? Dat verschilt per persoon, maar uiteindelijk lag iedereen in een deuk.

McCarthy maakte een kerstman met een dildo van ons belastinggeld; van net zulk gemeenschapsgeld maakt Wunderbaum een orgie van voedselresten en poep. Looking for Paul is dus voornamelijk ironisch. De makers hebben McCarthy goed gevat: de banaliteit die Wunderbaum gebruikt, is een weerspiegeling van die van McCarthy. Misschien is de performance niet direct een plezier voor het oog (en de neus), maar Wunderbaum heeft toch echt een hele knappe mix gemaakt van het werk van McCarthy en hun eigen werk. Als de shock van de banaliteit voorbij is, hoop ik dat de toeschouwer ziet dat Wunderbaum het politiek debat wel heeft gevoerd, omgetoverd in theater.

Mijn angst is echter dat de voorstelling niet toegankelijk genoeg was. Een voorstelling over gemeenschapsgeld en het kunstdebat gaat iedereen aan, maar de boodschap van de voorstelling wordt letterlijk bedekt onder afval. Aan de reacties van de toeschouwers te zien, waren sommigen erg geschrokken van de banaliteit van de voorstelling. Het zou zonde zijn als deze voorstelling mensen heeft afschrikt om in de toekomst naar het theater, of naar Wunderbaum, te gaan. Dan valt het debat wat Wunderbaum voert namelijk stil. Wunderbaum werkt veel met mensen die normaliter niet naar het theater gaan en betrekt hen bij hun voorstellingen. Ze hebben bijvoorbeeld eerder projecten gemaakt met bewoners uit achterstandsbuurten. Zo probeert Wunderbaum meer mensen bij het theater te betrekken dan alleen de gevestigde kunstliefhebbers. Maar voor zo’n heftige performance zijn veel mensen nog niet klaar. Hoe knap Looking for Paul ook in elkaar zit, Wunderbaum heeft zichzelf helaas tegengewerkt.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.