Geen-daden-maar-woorden-ongekunsteld

Meisjes van pijn en plezier

Op het raam van Kantine Walhalla staat “Eten en drinken” en de bierviltjes zijn er in zwart en wit. Op wit staat “Klare taal, vage beats” en op zwart “Neat novels, dirty lyrics”. De witte posters zeggen “Oud papier, jong talent” en de zwarte “Harde woorden, zachte kaften”. Ergens vinden we nog “Lauwe letters, hete brij” en ergens anders “Botte bijlen, scherpe pennen”. Geen Daden Maar Woorden volgt het ritme van een tweekwartsmaat.

Achterin de boot

Eén van de festivallocaties is een boot. De barman draagt een matrozenpakje en weet niet waar het verhaal over gaat – de twee schrijvers worden aangekondigd door een opgedirkte vrijwilliger die al spreekt van ‘research’ als ze de naam van de schrijver heeft ingevoerd in een zoekbalkje. De microfoon doet het niet want de techniek staat op de kade. Dat is dan wel weer grappig.

Maar als je mensen echt wilt meenemen op een reis door een verhaal – zoals zo’n boottrip suggereert, want wat zou anders de toegevoegde waarde daarvan zijn? – dan moet zoiets meer richting performance gaan. Dat je binnenkomt en het verhaal in stapt. Het is een bloedeloos begin van de avond, maar naarmate de minuten op het festival Geen Daden Maar Woorden voorbij kruipen, gaat het bloed al snel stromen.

‘Ik vond het niveau niet al te hoog, zeg maar,’ hoor ik een bezoeker aan het einde van de avond tegen zijn partner zeggen. Misschien is dat waar, maar misschien heeft deze bezoeker zich ook gewoon te weinig laten leiden door de kartrekker van de avond: Rebekka de Wit.

Sterren

Ik heb lang gedaan over het kiezen van het ongelukkige woord ‘kartrekker’ want ‘ster van de avond’ lag natuurlijk voor de hand. Maar ik ben niet vóór sterren. Ik denk dat sterren de kunst kapotmaken. Juist de mensen die niet crowdsurfen maar zelf sterke armen hebben gekregen van het dragen van hun talent, die gun ik het dat hun naam hun dood overleeft.

Eefje de Visser is er zo één. Als ik de zaal uit loop, hoor ik mensen zeggen: ‘Mooi, Eefje!’, maar ik vind dat stom. Met een enkel woord dat als een echo door de ruimte gaat, maak je haar werk dood. Daarbij is ze het ons als het ware verplicht om haar talent niet voor zichzelf alleen te houden. En dat doet ze goed: ze is nederig naar haar eigen kunnen en ook naar haar publiek.

We hebben deze avond wel een kindsterretje in ons midden. Een hipsterkindster om precies te zijn, die zich door zijn kleine wereldje beukt onder de noemer Lucas Hamming. Je merkt aan alles dat de maatschappij hem verpest heeft en in die zin kon ik het hem niet kwalijk nemen. Hij groeide op in Blaricum, dus de kans is groot dat zijn ouders hem nog altijd financieel ondersteunen. Een vooroordeel, ik weet het, maar het lijkt wel alsof Gooise moeders en masse babysterren baren. Een paar jaar terug deed Hamming mee aan de talentenjacht De beste singer-songwriter van Nederland, een ontwikkeling die goed aansluit bij de vooroordelen.

Met veel branie wordt hij aangekondigd. Het publiek krijgt er zin in: de stoelen zijn weg en tegen de mensen die blijven zitten zegt de presentator: ‘Fuck you!’. En ja, hij gaat uit zijn dak, maar geeft ons in feite niets. Alles draait om hem en om hem alleen. Hij neemt tot het publiek er futloos van wordt. Hij merkt wel dat zijn grappen niet helemaal vallen en probeert wat sentiment op ons uit terwijl de toetsenist zijn gitaar stemt: een dode lievelingstante. Het is te gênant voor woorden.

Je verzint het niet

Terug naar de kern. Rebekka de Wit vertelt over een recensie waarin het meest autobiografische gedeelte uit haar debuut We komen nog één wonder tekort wordt opgevat als het meest gekunstelde. Ze geeft de recensent bijna gelijk: ‘Als ik het verzonnen zou hebben, dan had ik het waarschijnlijk geschrapt’. Mensen geloven nou eenmaal niet in zoiets als synchroniciteit, de slang van betekenisvolle toevallen.

Het is 11 september 2001 als haar moeder te horen krijgt dat ze nog maar een paar weken te leven heeft. Terwijl we over het water gaan, leest ze het fragment voor. Het is een fragment dat ze eigenlijk nooit voorleest, omdat het boek gaat over de staart en niet over de knal en het fragment zich juist focust op de knal. Vandaag wilde ze ons meenemen in haar probleem: houden of schrappen?

We liggen al een tijdje stil als ze de laatste zin voordraagt. Ik lach omdat ik anders was gaan huilen. Ons lotgenoot maken van haar probleem lukt niet, want we hebben alleen maar genoten.

Zakken en trappen

Eefje de Visser staat in het programma en dan weet je het wel: er willen zoveel mensen de zaal in dat een vrouw zegt: ‘Als de trap maar niet doorzakt’. Ze meent elk woord.

En daar is Rebekka De Wit weer. We hebben haar zonder dat we het wisten gevolgd, of zij ons. Ze zegt zich een beetje betrapt en bezwaard te voelen, omdat ze een paar mensen zag binnenlopen die ze net op de boot had voorgelezen uit haar boek en ze van plan is hetzelfde fragment hier nogmaals te lezen. Ze kijkt schuin achter zich. ‘Maar jij voelt je waarschijnlijk niet bezwaard als je je liedjes een tweede keer speelt,’ zegt ze tegen Eefje de Visser en Eefje de Visser schudt haar hoofd. Dat geeft de doorslag.

Weer legt ze haar dilemma voor aan het publiek: houden of schrappen. Laatst kwam ik bij iemand thuis die voor elk verhaal dat ze vertelde een andere trofee tevoorschijn haalde. De kamer was een opeenstapeling van prettige en onprettige herinneringen en juist omdat ze niet te rigoureus gebezemd had, was het als een fijngevoelig rariteitenkabinet.

Ik betrap mijn buurvrouw erop dat ze de voordracht opneemt op haar camera. Zij was ook al op de boot. Eigenlijk zou ze de schrijfster het liefst als diertje in huis nemen en de hele dag mooie zinnen laten praten, denk ik. Zij zou voor ‘houden’ kiezen, en velen met haar.

Fijne pijn

Eefje de Visser is het zachte toetje dat met haar hakschoentjes een hele digitale band aanstuurt. Echt zacht is ze niet, alleen haar stem is strelend. Ze zingt nummers van haar platen De Koek en Het is. De zinnen gaan over maatstrepen – ze kijkt verder dan voorzin en nazin.

Twee vrouwen hebben zich voor ons opengescheurd en vonden het nog lekker ook. Er kwam heel veel uit, en als het meer was geweest, had het ook gemogen. Zij samen vormen niet het duo zwart en wit, klaar en vaag, hard en zacht, jong en oud, heet en lauw of bot en scherp. Nee, we doen hen tekort als we hen willen samenvatten in een woord of een catchy slogan. De nummers van Eefje de Visser hebben niet voor niets weinigzeggende titels als ‘En’ of ‘Nee joh’. Als het gaat om taal moet het doel nooit ‘kort maar krachtig’ zijn.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.