mens-vogel-ongekunsteld

De mens is een vogel!

“Genezing, hereniging, ieder had zijn eigen reden om zich te verheugen op Europa, alleen voor iemand van achttien, zoals Alberto, vielen op zo’n eerste grote reis avontuur en leven even samen, gewoon omdat een jong mens zoveel hoop koestert en oversteekt naar zijn volwassenheid.” Dwepende romantiek wordt door Arthur Japin over het leven van Alberto Santos-Dumont heen gestort. Voor mij iets te grotesk maar onder alle penache – om een Japinwoord te gebruiken – een ruwe emotie: een snak naar acceptatie en waardering voor excentrieke dromers als hijzelf. Verzet.

Het binnenland van Brazilië, 1932. Het gezin Santos-Dumont is met vader mee verhuisd naar de wildernis om daar een koffieplantage in het leven te roepen. Koffie vindt Arthur Japin wonderlijk. Niet onterecht, wel een eigentijds stadstheater in een eeuwenoude weerbarstige jungle:

“Het allereerste kopje koffie, wie heeft dat gezet? Als je iets nooit hebt geproefd, kun je er dan trek in krijgen? Je verlangen naar iets dat niet bestaat, hoe wordt dat zo groot dat je uiteindelijk denkt ‘geen idee hoe of waarvan, maar vandaag ga ik proberen een kannetje te zetten’? (…) Een appel op je hoofd krijgen, zoals Newton, om erachter te komen dat alles altijd naar beneden valt en nooit eens naar boven, da’s één ding. Daarvoor volstaat het geniaal te zijn, maar in je hoofd alle stappen uitdenken die nodig zijn om een kop koffie te kunnen maken, daar komt krankzinnigheid bij kijken.”

Een weinig nuchtere beschrijving van de ontdekking van koffie, die ook nog eens in dienst staat van een romantische bloemlezing over Alberto. Alberto was ’s werelds eerste vliegenier met een ongelooflijk groot en zwaar hart, zoals de lijkschouwer opmerkte toen hij het uit Alberto’s lichaam tilde. Dit grote hart van Alberto heeft hem het leven gekost. Hij verhing zichzelf toen de mens bommen ging gooien vanuit zijn uitvinding. Het was altijd al een gevoelige jongen geweest:

“Hij [de vader van Alberto] begreep maar niet waarom zijn jongste weigerde naar hem te aarden en bleef de jongen vragen waarom hij toch nooit meer uit jagen wilde, geen belang toonde in worstelen of rouwdouwen en daarvan eerder weerzin had, waarom hij toch voor de hanengevechten niet te porren was of voor het bijeendrijven en met de lasso’s vangen van stieren. De waarheid was dat het kind de pijn van andere levende wezens voelen kon, maar dit hield Alberto wijselijk voor zich.“

Deze laatste zin kwijlt over mijn schoot.

Durf te dromen

Aan verbeeldingskracht heeft het lievelingetje van Japin geen gebrek. Alberto is er van overtuigd dat de mens ooit zal vliegen als een duif. Kinderen lachen: nee, een mens vliegt niet! Het is geen vogel! Maar Alberto snapt hun terughoudendheid niet: hij leeft met de boeken van Jules Verne waarin alles mogelijk is. Durf te dromen.

De stijl van Japin kan als weinig Nederlands beschouwd worden met zijn overdaad aan metaforen, symbolen en emoties. Geen ‘kort en bondig’ en ‘rechtdoor is de kortste weg’. Verfrissend, ook al voelt het zwierige taalgebruik misschien eerder als een klassieke dame die met haar pink in de lucht thee drinkt uit porselein in een voorkamer met donkerrood tapijt en bruine meubelen.

Toch zit er iets strijdbaars in deze roman. Een soort gepolijst verzet. Verzet tegen het onverschillige pessimisme wat Nederlanders realisme noemen. Verzet tegen het doe-maar-normaal. Waarom kan men zich niet verdrietig voelen over oorlogen? Zich zorgen maken over armoede en honger? Iets voelen bij alle vluchtelingen die aanspoelen zonder zwak gevonden te worden of hopeloos idealistisch? Hopen op wereldvrede en spreken van liefde en geluk zonder dat iemand in de lach schiet.

Het leven voltrekt zich binnenin

“De werkelijkheid, dat ben jezelf.” Overdaad aan mooie woorden, lange monologen over gevoel en geloof vanuit Alberto of de bravoure van de alwetende Japin. Weinig subtiel maar misschien mag de essentie van het bestaan wel gewoon eens expliciet benoemd worden in plaats van lichtjes door dialogen en gebeurtenissen heen zijn geweven. Dan raakt het ook maar verloren in de sensatie en het cynisme.

Toch ben ik zelf te Nederlands om dit boek te kunnen lezen zonder een cynisch kuchje en een spottende glimlach op mijn lippen. Misschien baart oefening kunst en kan ik over een paar jaar bij het zien van een vliegtuig denken: “De mensen zijn als een paradijsvogel zo vrij en bont, als ze het maar toelaten”.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.