mystiek-lichaam-elzeline-kooy-ongekunsteld

Ze gaat met het koekoeksjong naar koekoeksklokkenland!

Het boek ‘Mystiek Lichaam’ van Frans Kellendonk is uitgebreid geanalyseerd en uitvoerig in een context geplaatst. Er worden nog steeds colleges en scripties aan gewijd. ‘Het laatste testament van Frans Kellendonk‘ van Arie Storm is de meest recente frisse ode aan dit meesterwerk. Misschien is ‘Mystiek Lichaam’ wel een boek dat de constante verandering van tijdgeest kan overleven.

even Toen

Mystiek lichaam (1986) zou een antisemitisch en homo-onvriendelijk boek zijn. Critici van toentertijd trokken van leer: ongepast was het en gekunsteld. Frans Kellendonk slingerde de ongemakkelijke leegte van het bestaan de wereld in en dat werd hem kwalijk genomen. Hoe en waarom men zo reageerde, is door de jaren heen tot in de kleinste details geanalyseerd. Toch werden deze vurige veroordelingen al binnen een jaar tot ‘geen hout snijdend’ bestempeld: het boek werd bekroond met de F. Bordewijkprijs. Een symbolisch teken van verzoening. Of misschien kwam het doordat Kellendonk zich in een netwerk van critici en schrijvers bevond.

Hoe dan ook, de reacties op de publicatie van Mystiek lichaam waren kenmerkend voor de Nederlandse maatschappij van de jaren ’80 en het feit dat we er niet over uitgepraat raken, is kenmerkend voor de kwaliteit van Kellendonks schrijverschap.

altijd NU

Op een blanco papier bestaat niets. Een schrijver kan op dit witte niets een waardevolle belevingswereld laten ontstaan door ideeën te vertalen. Hoe beter de schrijver, hoe levendiger deze belevingswereld: echt zijn de gevoelens tijdens het lezen, echt zijn de beelden die op ons netvlies verschijnen, echt zijn ook de woorden.

Als de schrijver zich niet beperkt door zich angstvallig vast te houden aan een vermeende vaststaande werkelijkheid, maar enkel aan taal als realiteit, geeft hij zichzelf de ruimte om te spelen. Grote symboliek, interessante personages en spannende dialogen zijn geoorloofd en zelfs gewenst: de schrijver bepaalt de werkelijkheid, dus die kan hier beter iets moois van maken. Met deze bravoure schrijft Kellendonk.

De hoofdpersonages in Mystiek Lichaam heten Prul, A.W. Gijselhart en Broer, en zij zijn familie van elkaar. In de openingsscène verschijnt Prul, de dochter van A.W. Gijselhart, aan de poort van haar vader als een engel: ‘”Lamzak!” verstond hij nu. Het was te vroeg, zoveel was zeker. (…) In de ochtendmist, aan het andere eind van zijn tuin, zag hij iets wits op zijn poortstijl zitten. Een engel.’

Het enige wat bestaat in dit boek, is wat Kellendonk heeft opgeschreven. Het enige wat Kellendonk op deze bladzijde heeft geschreven, is wat voor A.W. Gijselhart bestaat. Er hoeft niet uitgelegd te worden dat de engel een waanvoorstelling is van de verzonnen man A.W. Gijselhart. Een roman is niet meer dan een uitgewerkt idee van een schrijver in taal. Die zich naar voorkeur zich buigt over een tijdloos onderwerp zoals de liefde, de familie en de dood. Alle associaties, verbanden, waardeoordelen en opgewekte gevoelens verzint de lezer zelf. Zo ontstaat ook de relatie van het boek met een maatschappij die constant verandert.

Even

Met waarheidsgetrouwe personages en dialogen, waarheidsgetrouwe plotwendingen en waarheidsgetrouwe gebeurtenissen, zet je je schrijftalent gevangen. Je beperkt je taal tot een vermeende vaststaande werkelijkheid, terwijl je bezig bent met een compleet fictionele wereld van taal te creëren.

De trotse Waargebeurd!-stickers op de boeken in de boekhandel zijn eigenlijk een brandmerk: dit boek is geschreven door een angstige schrijver. Deze schrijver durfde niet los te komen van de grond. Dit boek zal voor altijd blijven steken in een bepaalde tijd en plaats zoals in De ontvoering van Alfred Heineken. Deze tijd en plaats zullen niet hetzelfde blijven. Het boek wel, het zal verouderen en irrelevant worden: over een paar jaar weet niemand meer wie Alfred Heineken of Peter R. de Vries was. Over een paar jaar zal de waarde van dit boek aankomen op de getoonde kunsten van de schrijver: zal het boek nog levendig tot de verbeelding spreken zonder het bekende onderwerp en de maatschappelijke context, maar met alleen de geschreven taal als realiteit?

altijd

‘Broer hoorde zijn adem schuren, gejaagd, haperend. Hij had het geluid voor het eerste gehoord toen Gijselhart het nieuws bekend maakte.
“Ze gaat met het koekoeksjong naar koekoeksklokkenland!” Als een boos kind, met opgetrokken schouders en gebalde vuisten had zijn vader tegenover hem gestaan, “Bruno moet terug naar Zürich om daar zijn fabuleuze zaakjes uit de knoop te halen, kwam ze haar Pappie zojuist vertellen. Ze heeft besloten om met hem mee te gaan. (…) Bij de eerste gelegenheid ruilt ze me in voor een ander en geeft hem kosteloos een zoon op de koop toe. Waarom wil ze wel zijn leven delen en het mijne niet? Wat kan die Jood haar meer bieden dan ik, behalve een hoop misère en kapsones?”‘

Gijselhart verliest zijn engel en kan daar niets aan veranderen. Broer heeft aids gekregen van zijn vriend en zal snel sterven. De familie is ontbonden. De leegte van het bestaan was een aantal dagen om mij heen omdat Kellendonks taal mijn werkelijkheid beïnvloedde. Nu is zijn taal er nog soms in een vlaag, wanneer mijn gedachten niet volgepakt zijn met saaie alledaagse dingen zoals mailtjes die verstuurd moeten worden en de was die moet worden opgevouwen.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.