Schaakmat-ongekunsteld

De Nederlandse taal is niet zwart

Maan en Zon is het fictieve dagboek van broeder Daniël – “één van de eerste zwarte broeders uit Curaçao zelf” – over het lot van een Curaçaose man. Het verhaal is geschreven met de verwondering en beschouwende afstand van een Nederlandse schrijver. Broeder Daniël (maar eigenlijk de schrijver Stefan Brijs) wil ons vertellen wat er met Max Tromp is gebeurd, als model voor één van de vele doodgeschoten Antilliaanse mannen op Nederlandse bodem, en begrijpen waarom. Dit resulteert in een weinig opbeurende schets van ‘onze Antillen’, vanuit de ogen van een lokale geestelijke die boven zijn eigen eiland lijkt te staan.

Altijd hetzelfde verhaal

“’Eén vrouw, één gezin, Roy, dat schrijft God ons voor.’
‘Ik weet het, maar dit is Curaçao, begrijpt u, de zon, de zee, de passaat, dat doet ons bloed kolken. En de vrouwen, ay, ay, zij spelen met ons.’
Dat laatste is waar. Veel vrouwen deden het erom. Ik heb ze vaak opgezocht, alleenstaande moeders, met brood bij me of kleren of zeep, en keer op keer drukte ik ze op het hart dat ze geen kinderen meer mochten krijgen, om ze bij een volgend bezoek toch weer zwanger te zien, deze keer hadden ze de ware gevonden, die bij hen zou blijven, en ze kregen veel cadeautjes en hij was zo lief en aardig voor hen, waarna ze zoveel maanden later met een zoveelste huilende baby alleen achterbleven. Altijd hetzelfde verhaal.”

Daniël fungeert voor zijn eigen mensen als een begrijpende (haast heilige) buitenstaander, en voor de lezers als een belerende schrijver. Broeder Daniël ziet de familie Tromp worstelen in de Antilliaanse misère die deels is voortgevloeid uit het koloniaal verleden waar Nederland alle schuld voor draagt. Hij is erg betrokken bij de familie en probeert de droom van de zoon Max uit te laten komen. Max wil leraar worden en geen taxichauffeur zoals zijn brute vader Roy. Broeder Daniël ziet het misgaan, hij begrijpt waarom het misgaat, hij wil helpen maar hij “kan niet het hele eiland kan redden”.

Dit was nu eenmaal Max

Gedetermineerd wordt Max ‘door omstandigheden’ tóch taxichauffeur. Het lot tart hem zelfs nog verder wanneer men tijdens de opstand van 30 mei 1969 zijn auto vernielt, waar hij de kost mee verdient. De Yu di Korsow (kinderen van Curaçao) hebben de hoofdstad in brand gestoken, chaos gecreëerd en dingen kapot gemaakt. Broeder Daniel “weet niet wat te zeggen”. Hij vraagt zich af of hij zich moet schamen voor zijn volk. Deze kwalijk hooghartige houding wordt een paar bladzijdes later met reflectie beaamd:

“Ik had over mijn volk gesproken als over een vreemde stam. Ik had hen bekeken vanuit het perspectief van een fregatvogel, van hoog in de lucht, en niet meer vanuit dat van een hagedis, die zich tussen hun voeten voortbeweegt. Daardoor had ik gesproken als een bevooroordeelde broeder en niet als een zwarte tussen zwarten. Dat was een bittere vaststelling, vooral omdat ik ook tot het besef kwam dat ik al jaren zo handelde, onder meer tegenover Roy, Myrna en Max. Ik had mijn en hun achtergrond verdrongen en geprobeerd hen in een mal te stoppen waarin ze niet pasten (…) Ik was niet bezig geweest met vormen, maar met vervormen.”

Daniël verruilt na dit inzicht zijn habijt voor gewone kledij, en daarmee lijkt dit puntje van arrogantie afgedaan. Helaas gaat, ondanks deze realisatie en kledingchange, broeder Daniël op dezelfde oordelende toon verder.

“Nog geen drie maanden eerder was hij [Max] me in paniek zelfs komen opzoeken in een belegerde stad, tussen het puin van afgebrande gebouwen. Nu gaf hij me het gevoel dat ik een passagier als alle andere was. Ondankbaar – heel even kwam dat woord in mij op, maar ik schudde het van me af. Dit was nu eenmaal Max. Na het verlies van al zijn geld had hij alle mogelijkheden gewikt en gewogen en was tot de conclusie gekomen dat er geen uitweg meer was.”

Het gelaten “Dit was nu eenmaal Max” doet bij mij alle levensenergie verdampen.

Ik heb geen keuze

In een review op Bol.com verwoordt FransHolland (25 augustus 2015) het perspectief van broeder Daniël als:

“Broeder Daniel beschrijft Roy en kleinzoon Sonny als echte Antillianen: boerenslim, lui, gemakzuchtig, onbetrouwbaar, corrupt en vaak slachtoffer.”

Deze generaliserende ideeën die deze reviewer heeft gelezen in de woorden van de broeder vind ik niet compleet terecht, maar ook niet uit de lucht gegrepen. De familie Tromp krijgt veel van deze eigenschappen toebedeeld door de welwillende broeder. Broeder Daniël verwoordt de eigenschappen niet in deze negatieve klank, omdat hij begrijpt en ons ook wil laten begrijpen, maar erkent de eigenschappen met zijn verhaal wel. Hij erkent ze lijdzaam, als onontkoombaar. Als eigenschappen van de omstandigheden van Curaçao.

“Ik heb geen keuze,’ zei hij opnieuw. Hij klonk beslister dan ooit. ‘Kijk, broeder…'”

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.