Erasmus-souvenir-ongekunsteld

Nóg een standbeeld voor Erasmus?

Daar staat-ie dan, tegenover de ingang van de Laurenskerk. Uitgebeeld als een wijze, geleerde man met een boek in zijn hand. Erasmus Roterodamus. Voor de stad Rotterdam naamgever van de Universiteit, een brug en vast veel meer. Maar ja, wat moeten we met die oude man in een groen uitgeslagen soepjurk?

Erasmus was een fanatiek wetenschapper. Al zwervend tussen Leuven, Parijs, Engeland en Bazel (in de Nederlanden kwam hij niet zo vaak meer) was hij als een bezetene aan het studeren en aan het schrijven. Hij was een tekstman. We bevinden ons in de tijd rond 1500, de tijd van de overal opkomende boekdrukkunst, iets waar Erasmus enorm van heeft geprofiteerd. Toen hij voor het eerst in Duitsland kwam, werd hij met enthousiasme ontvangen, louter en alleen op basis van zijn gepubliceerde werk. Dat was nog nooit voorgekomen.

Een partijloze held

Voor Erasmus en andere tijdgenoten was de jacht op de oude manuscripten geopend. Onder invloed van de Italiaanse Renaissance was er een enorme belangstelling voor de klassieke grootheden ontstaan. Men wilde Homerus, Hesiodus, Horatius en al die anderen in het Grieks of Latijn bestuderen. Erasmus lustte er wel pap van en dook in Hieronymus, andere klassiekers, oude en nieuwere spreekwoorden én in het Nieuwe Testament. Ook dat was zo’n oude bron die afgestoft moest worden en zo kwam hij als eerste met een nieuwe editie van het Griekse Nieuwe Testament. Een baanbrekend huzarenstukje.

Om dit ten volle mee te maken is het wel belangrijk te beseffen dat Erasmus begon als monnik in het klooster Steyn bij Gouda en uiteindelijk theoloog zou worden. Hij werkte dus, zoals iedereen eigenlijk, binnen een vanzelfsprekende christelijke context. Een andere smaak was in West-Europa niet voorhanden. Het was voor de liefhebbers een spannende tijd. Erasmus schreef en publiceerde in hoog tempo (zonder dat er al sprake was van auteursrecht). Tussendoor onderhield hij contacten, probeerde hij links en rechts geld los te peuteren en dan trok hij weer weg uit Parijs of Leuven omdat hij bang was met de pest besmet te worden.

Waarschijnlijk staat dat beeld in Rotterdam omdat Erasmus in zijn tijd een invloedrijk man was die als verstandig bekendstond (en natuurlijk omdat Rotterdam behoefte had aan een held). Het was niet voor niets dat voor- en tegenstanders van de Reformatie, die ondertussen was losgebarsten, er bij hem op aandrongen een keus te maken voor of tegen deze beweging. Hij koos ervoor om geen keus te maken.

Zijn evergreen

We keren terug naar onze tijd en lopen Donner binnen, aan de Coolsingel. Bij de afdeling filosofie treffen we het toegankelijke en meer literaire deel van Erasmus’ productie aan, waarvan nu vooral de Lof der Zotheid nog bekendheid geniet. Zelf beschouwde Erasmus die Lof der Zotheid  als een geinig tussendoortje opgedragen aan zijn vriend Thomas More, maar de literatuurwetenschappers en-critici van nu zien dit anders.

Die Lof is een aanvankelijk vrolijk, kritisch en toch wel heel erudiet geschreven tussendoortje. De dwaasheid zelf komt aan het woord en gaat uitgebreid en verwijzend – uiteraard – naar tal van klassieke teksten betogen dat we heel veel en misschien wel alles aan haar te danken hebben.

“Het lichaamsdeel dat zó dwaas en zó lachwekkend is dat het woord alleen al de lachlust wekt, is de voortplanter van het mensengeslacht.” 

Erasmus was niet vies van wat zelfspot. Het ging – dat blijkt verderop wel – niet alleen om hemzelf, maar om al die andere geleerden die zichzelf veel te serieus namen.

“Maar het allergelukkigst zijn toch mensen die zich volledig van alle contact met intellectuele vaardigheden afzijdig kunnen houden en alleen de natuur tot gids nemen’ (…)’Bestaat er een soort mensen dat gelukkiger is dan zogenaamde zotten, dwazen, gekken en rare snijbonen?”

Zo vertelt de dwaasheid eerst wat ze allemaal doet en dat we van alles aan haar te danken hebben. Daarna – hoewel, de overgang is niet zo duidelijk –  worden tal van dwaze dingen en zotte mensen (monniken, theologen, filosofen, kerkleiders) ferm en met behulp van een gezonde dosis ironie belachelijk gemaakt. Het eindigt duidelijk minder luchtig dan het begon.

Een nieuw standbeeld

De Lof der Zotheid, maar ook de andere teksten van Erasmus zijn literair. Of anders gezegd: dit blijken literaire teksten te zijn. Ze zijn vaak speels, menselijk, kennen diepgang, zetten aan het denken, doen je glimlachen én de mens kan er nog steeds wat mee. Hiermee wil ik dus een nieuw standbeeld oprichten voor Erasmus. Niet voor die noeste wetenschapper, die schrijver van theologische en filologische teksten. Nee, voor de schrijver van die andere teksten die door goede vertalingen – Erasmus publiceerde zoals bijna iedereen in het Latijn – voor ons beschikbaar zijn.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.