nooit-hermans-ongekunsteld

Ontmaagd door Hermans

Ik zou het kunnen proberen goed te praten door te vertellen dat ik ben opgegroeid in het buitenland; dat mijn moedertaal niet Nederlands maar Engels is; dat ik in mijn wilde pubertijd überhaupt weinig boeken gelezen heb; dat ik nooit Nederlandstalige boeken cadeau kreeg. Wat ik eigenlijk -met het schaamrood op mijn kaken- probeer te zeggen: ik heb nog nooit Nederlandse literatuur gelezen. Niks. Nada.
Hoog tijd voor een literaire ontmaagding.

Bij Max Havelaar denk ik niet aan Multatuli maar aan een Macchiato. Ik heb geen Elsschot nodig om me op de been te houden. Mijn avonden kom ik zonder Reve ook wel door. Ik kom er net pas achter dat Nescio naast “weet ik veel” in het Latijn, ook het pseudoniem is van een Nederlandse schrijver. En onafhankelijk van mijn religieuze status, de hemel zal ik zonder Mulisch ook wel ontdekken.

Ondanks mijn blinde vlek voor Nederlandse literatuur ben ik wel altijd geïnteresseerd geweest in poëzie (ook Nederlandse) en heb ik heel veel buitenlandse literatuur gelezen. Tot voor kort had ik hier genoeg aan. Hoe kan het ook anders; er wordt overal ter wereld prachtige literatuur geschreven. Maar toch begon het te knagen dat ik minder dan geen kennis had van de literatuur van mijn vaderland. Alleen al omdat ik merkte dat mijn belezen vrienden me aankeken met blikken vol verontwaardigd ongeloof als ik weer eens stilviel bij gesprekken over Vromans, Voskuil of Vasalis. Om nog maar te zwijgen over mijn collega’s bij de boekhandel, die inmiddels wel een antwoord verwachten op de vraag of ik een Connie-lover ben of niet.

Enfin. Ik heb besloten dat ik de Nederlandse canon ga lezen, in willekeurige volgorde. De Oudhollandse teksten van Multatuli en Van den Vos Reynaerde wilde ik mezelf nog even besparen. Ik wilde beginnen met De Avonden van Gerard Reve, maar in mijn onoplettende enthousiasme heb ik het theaterscript van het literaire werk besteld. Dus kocht ik diezelfde dag maar Nooit Meer Slapen van Willem Frederik Hermans en begon ik daarmee mijn literaire avontuur.

Arme Alfred

Alsof het zo had moeten zijn begint Alfred Issendorf vol hoogmoed aan een ambitieuze reis (net als ik). Met plannen om de hypothese van zijn leermeester te bekrachtigen en de geologische carrière van zijn overleden vader voort te zetten, trekt Alfred naar het koude en natte Noorwegen, op zoek naar luchtfoto’s, gaten gemaakt door meteorieten, en bovenal, bevestiging. De luchtfoto’s vindt hij in de handen van een ander, de meteorietgaten blijken non-existent (of toch niet?), en bevestiging krijgt hij pas als het eigenlijk al te laat is.
Ik heb mij laten vertellen dat deze gang van zaken “typisch Hermans” is. Wat dat precies inhoudt weet ik nog niet, maar wat mij vooral opviel waren de prachtige, metaforisch beschrijvende zinnen die ik stiekem altijd al met Nederlandse literatuur geassocieerd heb:

“Nieuwe stilte. De hand van mijn tong zoekt in een diepe zwarte zak naar de woorden die het gesprek op het spoor kunnen brengen van de reden waarom ik hiernaartoe gekomen ben. Geen tactvolle benadering wil mij te binnen schieten. Dan maar een wilde sprong.”

Ik las ooit dat schrijvers het wonderlijk vinden om hun personages te zien als echte mensen. Ik kan niet geloven dat dit opgaat voor Hermans. De emoties en gevoelens van Alfred zijn zo uitvoerig beschreven dat ze niet alleen herkenbaar zijn voor de lezer, maar dat Alfred van de pagina af lijkt te stappen: hij wordt een echt persoon om uit te lachen, verliefd op te worden, boos op te zijn, of medelijden mee te hebben. Hermans schrijft zijn teksten niet als tralies om zijn personages heen, maar als decor waar ze in mogen improviseren. Soms is het alsof hij naast zijn lezers zit, meekijkend vanuit de zaal.
Ondanks Alfreds hoogmoed en lichte arrogantie, zijn het uiteindelijk zijn jaloezie en onzekerheden waaraan hij ten onder dreigt te gaan. Daarnaast spookt niet alleen de concrete angst om geen meteoriet te vinden door Alfreds hoofd. Vooral de angst niet erkend te worden, zelfs al mocht zijn zoektocht slagen, lijkt te overheersen.

“Ik raap steentjes op en gooi ze teleurgesteld weer weg. Wie zal ooit weten wat het mij kost, mij voortdurend te bukken in mijn drijfnatte kleren, met veertig kilo op mijn rug, fototoestel en kaartentas bungelend voor mijn borst, het zware houten statief in een van mijn handen? Als ik een meteoriet zou vinden […] zou iemand hoogstens denken: hij wandelde daar, fijn, ’s zomers in het Hoge Noorden, romantisch. Een vreemd gevormde steen trok zijn aandacht, hij raapte hem op. Hij deed een geweldige ontdekking. Hij raapte stenen op en moest ze allemaal weer weggooien.”

Door zichzelf voortdurend te vergelijken met zijn collega’s, met name zijn Noorse vriend Arne, overtuigd Alfred zichzelf (en zijn lezers) ervan dat hij een blok aan het been is van de expeditie, dat hij langzamer loopt dan de rest, een minder zware rugzak kan tillen, en nooit een ontdekking zal doen. Vanaf het begin van het boek wordt al duidelijk wat Alfreds echte doel is: het vullen van zijn vaders schoenen. Zijn vader is als jonge, veelbelovende geoloog tijdens een expeditie uitgegleden en verongelukt, een mogelijke verklaring voor waarom Alfred zo opkijkt naar Arne. Dat Arne vervolgens door hetzelfde lot komt te overlijden, kan voor Alfred achteraf alleen een bevestiging zijn van deze parallel.

Het einde van het boek is een climax van wanhoop. Onbruikbare luchtfoto’s. Geen meteorieten gevonden. Alleen bevestiging verkregen uit de dagboeken van zijn overleden vriend. Alfred vertrekt uit Noorwegen onder begeleiding van het geknal van een meteorietinslag. Als hij thuiskomt krijgt hij van zijn moeder de meteoriet die zijn vader hem had willen geven voor zijn zevende verjaardag. Is het leven ondanks alles toch nog één grote mislukking. Arme Alfred. Typisch Hermans?
Of Nederlandse literatuur altijd zo pessimistisch en existentialistisch is, zou ik nog niet kunnen zeggen. Als ik erachter kom, zal ik het laten weten.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.