Parels-ongekunsteld

Parels op een hoop

“Elke avond, als de zon onderging, klom de klipdas op een klein heuveltje en riep: ‘Niet ondergaan! Niet doen! Wil je dat wel eens laten! Ik waarschuw je!’” Toon Tellegen heeft de verhalen waarin hij de boosheid onder de bosdieren analyseert, gebundeld in zijn boek Is er dan niemand boos? Er lopen veel dieren rond in zijn bos die niet weten hoe ze boos moeten zijn maar dat wel graag een keer willen zijn. Hij laat ze de emotie aftasten en ontdekken. Daarmee ontdekt de (jonge) lezer (en Tellegen) zelf ook wat boosheid nou precies inhoudt.

De vele mogelijkheden

In de verhaaltjes worden de kenmerken van boosheid onderzocht. Hoe boosheid ontstaat en hoe boosheid geuit wordt. Zoals in het verhaaltje over de tor die aan de krekel uitlegt hoe hij boos moet worden. “‘Nee,’ zei hij. ‘Niet je ogen dichtdoen. Juist openhouden en laten fonkelen. Kijk zo.’

In dit verhaaltje komt ook het ontstaan van de boosheid naar voren: boosheid door  beledigingen en teleurstellingen. “‘Lelijk! Lelijk!…’ Hij voelde heel geleidelijk een grote boosheid in zich opkomen en plotseling gaf hij de tor een enorme draai om zijn oren.’” 

Deze analyse staat haaks op de analyse in het verhaaltje van de neushoorn en de nijlpaard die allebei niet voor elkaar aan de kant gaan maar wel vrolijk met elkaar gaan dansen. “‘Maar we gaan niet opzij voor elkaar.’ Zei de nijlpaard. ‘O nee,’ zei de neushoorn. ‘ Dat doen we niet.’ Ze sloegen elkaar vrolijk op de schouders en maakten zelfs een paar danspassen, op het smalle weggetje, midden in het bos.’ Dit is eerder een absurde scene waarin onverwachte en onlogische dingen gebeuren. Hierin wordt gezegd dat ze boos zijn, er is ook een conflict, maar de uiting is totaal tegenovergesteld aan de boosheid van de krekel.

Ondoorgrondelijk

In de verhaaltjes van Tellegen zitten altijd complexe filosofische vraagstukken verstopt. Zoals in het verhaaltje van egel waarin de egel opschrijft dat hij boos is en het daarom ook is. Dit komt ook voor in de antropologie: discours creëert de werkelijkheid en schrift maakt het discours vast. “‘Als ik onder een brief schrijf: ‘De egel’, dan ben ik ook de egel. Hij knikte. Ik ben altijd wat ik schrijf. Hij pakte een stuk berkenschors en schreef: Ik ben boos.‘”

Daarnaast vroeg de egel zich af hoe het is om boos te zijn en hij bedacht dat je het bent omdat je laat zien dat je het bent door te stampvoeten en te schuimbekken (naar een antropologische theorie van Mary Douglas over ‘embodiment’).  Er wordt buiten de kaders gedacht in het verhaaltje van de tor en de aardworm die een wedstrijdje doen wie het meest boos is. De verhaaltjes kunnen vragen oproepen over dingen die je tot voorheen doodnormaal vond.

Een meerwaarde?

Toon Tellegen heeft een gave om de ingewikkeldste filosofische theorieën te vangen in kleine begrijpelijke verhaaltjes voor kinderen en volwassen, waarin hij vaak een verrassende insteek heeft. Toch, als je de verhaaltjes bundelt op basis van een onderwerp en die allemaal achter elkaar leest, gaat de glans er een beetje af. Je gaat vergelijken en kijken in welk verhaaltje hij de boosheid het beste heeft beschreven. Het is een beetje zoals alle films van Quentin Tarantino in één keer achter elkaar kijken, waardoor er geen enkele meer bijzonder is en de magie een beetje verloren gaat omdat je zijn werkwijze begint te doorzien. Terwijl de films in perspectief met de rest van de filmwereld authentiek en verassend zijn.

Tellegens verhaaltjes over boosheid verdienen de ruimte van één op een avond en één in een boekwerk. Zo worden de verhaaltjes niet belerend of tegenstrijdig maar een momentje waarin je wereld even in een ander verrassend perspectief wordt gezet.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.