Kabouter-All-Star-ongekunsteld

Recept voor een cultureel verantwoorde opvoeding

Omdat het aanbod van kunst en cultuur steeds breder wordt, zou ik in de culturele opvoeding toch wat richtingen willen meegeven. Niet alleen omdat ik vind dat een kind wel een béétje mag weten waar het in culturele zin vandaan komt, maar ook dat hij of zij mag weten wat mij destijds heeft geïnteresseerd. Wat het kind ermee wil doen, is aan hem- of haarzelf.


Ik heb een volkomen door eigen ervaring gekleurde tactiek bepaald. Niet in de laatste plaats omdat ik moeite heb met afscheid nemen van mijn lang voorbije jeugd. En om dat toch nog een beetje te laten her(be-)leven. Ik zal niet ontkennen dat de term ‘indoctrinatie’ hierbij van toepassing is.

Voor een smakelijk recept; ten eerste:

Zo zal het slachtoffer om te beginnen worden voorgelezen uit Jip en Janneke, Dribbel en werkelijk álle bekende sprookjes van onder anderen De Gebroeders Grimm. Een ontdekkingstocht door de Efteling wordt natuurlijk niet over het hoofd gezien. Ook luistert het naar de verhaaltjes van Pluk en de Pettenflet en de, voor kattenvrouwtjes, legendarische Minoes. Ik leer het ook al snel de liedjes van Beertje Pippeloentje, èn ’t Schaep met de 5 Pooten.

Bij geserveerd wordt:

Een zo vroeg mogelijke kennismaking met het theater; zo gaan we naar alle sprookjesuitvoeringen en eveneens naar Minoes. We maken op zondagochtend boswandelingen op zoek naar elfen en kabouters, alwaar we netjes een appel eten. We fluiten op de doppen van eikels en tellen de stippen van lieveheersbeestjes.

En we leren niet alleen wat dieren zeggen maar ook om ze te tekenen/schilderen/kleien. En dat je ze allemaal van kop naar kont moet aaien. En wat katten zeggen – “miauw” – wordt als snel toegevoegd aan de woordenschat. En ook dat deze poezenbeesten het niet zo leuk vinden om aan de staart vast te worden gehouden. Hierdoor zal het kind al snel kennis maken me het fenomenen zoals het grommen of blazen van de kat en  ook de nagels ervan. Ja, het moge duidelijk zijn: we zullen minstens één kat hebben.

Het geheel afblussende met:

Zodra het kind kan lezen zal het allemaal beginnen met De Bobo, om daarna door te groeien naar De Taptoe en Hello You. Na de Playmobielgarage-fase, met een flinke schep Play Doh, zal het meegesleurd worden naar de bibliotheek. Hier zal ik het kind een jaarlijkse deelname aan De Kinderjury in de maag splitsen. De kennismaking met boeken vindt dus op tijd plaats, waarna dit geheel zal resulteren in de Hoe overleef ik-reeks van Francine Oomen. Daarna kunnen we verder met het echte opgroeiwerk;  de boeken van Haye van de Heyden: Sexy!

Waarna het kind toch godverdomme hopelijk voldoende omhoog is gestampt tot fatsoenlijk verder lezen. Inclusief een flinke scheut  Remco Campert, een paar vleugjes Paulo Coelho, afgemaakt met een topping van Anna Drijver. Waarna het kind naar eigen smaak het nagerecht mag invullen.

Is het me na deze hele overlevingsstrategie (inclusief regelmatig theaterbezoek en museumbezoek, zoals mijn geliefde Stedelijk Museum en De Hermitage in Amsterdam) niet gelukt mijn kinderen, naar mijn smaak, voldoende cultureel onderlegd de grote wereld in te laten gaan?  Dan rest mij niets anders dan hen tot in lengte der dagen te blijven bestoken met  citaten van Van Kooten en de Bie, die ik op mijn beurt van míjn ouders heb leren kennen.

Ik zal dus ook in mijn demente fase àlle bovengenoemde kinderliedjes blijven zingen.  Afgemaakt met hier en daar wat fragmenten uit en titels van gelezen verhalen. Totdat ik uiteindelijk het loodje leg, na in ieder geval mijn eìgen verantwoord afgelegde leven op gebied van kunst en cultuur.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.