plagiaat-ongekunsteld

Schaamteloos plagiëren

Mijn buurjongen begon spontaan te huilen wanneer hij een cliché hoorde. Als ik, in mijn jeugdige bevlogenheid, een uitgekouwd verhaal vertelde, ving hij stampvoetend aan met schreien. Hij raaskalde dat het versleten, en daardoor deerniswekkend, was. Ik begreep het niet. Alles was al lang gedaan. Er zat niets anders op dan schaamteloos te plagiëren.

Omdat er niets nieuws meer geschreven kan worden, kritiseert de cynicus er vrolijk op los. In zijn studentikoze jas en met zijn ongeschoren mombakkes, rept hij dat het genre uitgestorven is. Het liefst zou je de zwartgalligheid uit zijn smoel slaan. Tenslotte is hij zelf een uitgemolken thema. De schrijver doet er goed aan de cynicus te negeren. Dat hij gelijk heeft, is slechts een detail.

Wie immers blijft smachten naar originaliteit, zal onverzadigd blijven. Het aantal te schrijven verhalen bleek eindig en de voorraad is al een eeuw geleden uitgeput. Gretig hebben de laatste schrijvers als hongerige leeuwen de overgebleven verhalen aan stukken gescheurd, en nu rest er niets anders dan als koeien de al geschreven verhalen te herkauwen. Derhalve vinden dames op middelbare leeftijd opnieuw de porno uit. Ze schrijven over biljonairs met lange wijsvingers, die grensoverschrijdende seksuele verlangens koesteren. Kennelijk is dat wat het publiek wil: een man met een lange wijsvinger.

Je kan als schrijver natuurlijk nog overdrijven of choqueren. Schrijven over rukkende mannen of bejaarden die hun knieën onderkotsen. Seks en ziekte verkopen altijd goed. Dat het platgeslagen concepten zijn, interesseert geen hond. Als het maar stimuleert. Het publiek wil niet geroerd of gevormd worden, het wil enkel watertanden of braken.

Er moet natuurlijk wel iets te overdrijven zijn en daar er geen originaliteit meer mogelijk is, wordt de schrijver tot scandaleus jatwerk gedwongen. Hij pakt een willekeurig boek, van pak en beet een eeuw geleden, herschrijft het, overdrijft het en voegt wat erotiek of walging toe. Te vrezen heeft hij niet dat zijn plagiaat ontmaskerd wordt. Hij kan er gerust van uitgaan dat het publiek de klassiekers niet kent, en wanneer een cynicus begint te tieren dat het verhaal gestolen is, kan de schrijver hem laconiek jaloezie verwijten. De cynicus had natuurlijk zelf schrijver willen worden. Hij wordt getart door een vooroorlogse moraal, die hem een verbod op diefstal voorschrijft. Gedoemd tot de vergetelheid, tracht hij zijn belezenheid te redden door de schrijver te schofferen.

Onlangs vernam ik dat mijn buurjongen in een callcenter werkte. Hij had verscheidene pogingen ondernomen om als schrijver door te breken. Schaterend van het lachen hadden de uitgeverijen zijn manuscripten als confetti benut. Het ontbrak hem niet aan originaliteit, maar schrijven kon hij niet. Ten einde raad had hij zelfmoord overwogen, maar uiteindelijk had hij dat toch maar niet gedaan. Het was hem te cliché.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.