benen-ongekunsteld

Schaken en slurpen

De vloer is zwart-wit geblokt alsof we er lopers, torens en pionnen kunnen verwachten. Zo’n vloer zie je ook wel eens in de hal bij rijke mensen thuis en zegt: wij hebben het goed voor elkaar. Maar dan begint het spel dat Parasieten heet. Op dit bord bevinden zich enkel stoffige en ellendige resten van mensen, waarbij schaakmat geen enkele emotie meer oproept.

Karaktertrekken

In het begin worden de personages – die zich de hele voorstelling lang op het toneel bevinden- om beurten aangezet door iemand achter de schermen. Er wordt op knoppen gedrukt, niet alleen om een lichtbundel te verplaatsen over het toneel, maar ook om de personages tot leven te wekken. En hoewel ze spreken en bewegen, is van leven geen sprake. De personages zijn doods en willen dat wat nog in hen leeft het liefst tot stilte manen.

We tellen vijf personages. Drie daarvan verdrinken enkel in hun eigen tragiek en zuigen net zo lang energie tot ze er zelf moe van zijn. De andere twee doen net alsof ze de andere helpen willen, maar lurken des te harder. Het zijn geen parasieten maar vampiers die we hier op een geblokte vloer zien wegkwijnen.

Baatzucht

Na de zoveelste ruzie met haar man Petrik zakt de zwangere Frederike op straat in elkaar. Haar zus Betsi neemt haar in huis, tot ongenoegen van haar man Ringo. In het huis bevindt zich van tijd tot tijd ook de man die Ringo heeft aangereden en zijn leven voorgoed in een rolstoel heeft geperst. De man wil zijn schuld vereffenen. Hij is binnen de kortste keren ook een vampier die zich dan weer laat misbruiken, dan weer zelf zijn tanden in iemands nek zet. Hij verbuigt zijn rol van schuldige naar getroffene. De vereffening is niet bedoeld voor Ringo, maar enkel voor zijn eigen gemoedsrust omdat hij lijdt onder zijn schuld.

Dit is typerend voor de voorstelling: het is ieder voor zich. Betsi is nog enigszins zorgzaam, maar dat wordt niet zo opgevat. Alles wordt vanuit het eigen karakter geïnterpreteerd. Het is een empathieloze voorstelling. Petrik komt steeds om Frederike te halen en op een gegeven moment is er voor hen allemaal, inclusief het publiek, geen wereld meer buiten het huis van Betsi en Ringo.

Daar smeken ze om elkaars hulp of menen ze een ander te willen helpen terwijl ze iets anders bedoelen. In Sprong in de leegte van Lydia Rood gaat het ook zo. Een oude man vraagt een meisje in een winkel om hulp, omdat hij iets liet vallen. Het meisje is zich er later bewust van dat de man niet haar hulp vroeg, maar dat hij haar helpen wilde. In dit geval is het andersom. En wanneer iemand een onontbeerlijke rol lijkt te krijgen voor een ander, wordt diegene gauw genoeg uit deze illusie gesleurd. Het is een spel van aantrekken en afstoten waar niemand baat bij heeft.

Beeld in tekst

In feite kennen ze elkaar van binnen en buiten waardoor ze de ander constant op de zwakste plekken kunnen aanvallen. Geweld is een terugkerend thema bij toneelschrijver Marius von Mayenburg. Nonchalantie overheerst en blijkt een sterk wapen. “Alles weet ik van jou, er is toch niet veel meer van jou. Als je je van kant maakt, pis ik op je graf.” Iedereen is zo ver heen dat etiquette geen enkele rol speelt. Ze zijn direct en keihard. Toch is iedereen nep, want ze trekken het door naar de andere kant en gebruiken hun hardheid als schild. Ze voeren een strijd, maar tegelijkertijd is het ook alsof ze juist maar één persoon met vijf verschillende gezichten representeren, want de dialogen lijken meer op gedachten dan op aannemelijke gesprekken tussen mensen.

Het script is magistraal en hiermee is het bewijs geleverd: taal is sterker dan het licht dat op je netvlies brandt. Het decor is sober, maar de tekst komt rechtstreeks uit de Barok. Zinnen staan op knappen van alle bijvoeglijk naamwoorden, metaforen en poëzie en dat geeft soms druipers. Alle personages maken gebruik van dezelfde ruimte, toch krijgen ze het voor elkaar met de tekst steeds weer andere ruimtes te verbeelden en zelfs de personages zien er in mijn hoofd anders uit dan hoe ik ze op dat moment zie.

De acteurs in de uitvoering van Theatergroep Azijn zijn eigenlijk vertellers. Dit is geen theater, ook al bevinden we ons in Villa Concordia, de theaterzaal van Aluin. Ze geven alleen net iets meer sturing dan wanneer je op je kamer een boek leest. Hier blijft de kaft zichtbaar tijdens het lezen. Af en toe wordt een personage ook volgens het script echt verteller, maar eigenlijk is de volledige voorstelling een vertelling. Ze zeggen de dialogen op, soms alsof ze het voordragen of alsof ze het oplezen van een scherm dat het publiek niet zien kan. Ik wil constant op pauze drukken om alle zinnen neer te kunnen pennen. Ik zit te smullen. Ik slok de woorden op en heb al honger naar meer voordat ik ook maar geslikt heb.

De sleur van het slingeren

De personages slingeren routinematig heen en weer tussen extreme tegenstellingen en er wordt sterk gewisseld in niveau’s: de dood als thema heeft net zo’n hoge prioriteit als een biertje dat wel of niet van kwaliteit is. Het decor is zoals gezegd sober maar behelst een paar gekke details, zoals de slang van Petrik in een glazen bak. Dit versterkt het vlakke van suïcidale opmerkingen; het is dagelijkse kost, op gelijke hoogte met het interieur. Het is net als in Arizona Dream van Emir Kusturica waar een personage tijdens de eerste minuut van een eerste ontmoeting tussen neus en lippen door en volledig onaangekondigd vraagt: ‘Do you ever think about suicide?’. Het is niet zwaar. Ook in Parasieten is het een onderwerp waar onderkoeld over gesproken wordt. Dramatiek en emotionele ontladingen verstoren de luchtdruk niet. Alles is even belangrijk en dus onbelangrijk. Niemand kan nog schrikken.

Een ander soort sleur wordt neergezet met het statische aanzicht. Er gaan kwartieren voorbij dat een acteur voor dood in een hoek op de grond ligt. Ook waar de spotlight gericht staat, blijven acteurs vaak stil zitten waar ze zitten en draaien ze hun monologische dialogen af. De humor is niet zwart, maar grijs en zonder horizon. ‘En eentje voor mijn moeder, eentje voor het kindje, eentje voor de vader van het kindje’, prevelt Frederike terwijl ze een overdosis pillen neemt.

Theaterellende

Parasieten zit vol zijdezachte misère waar je meer van wilt. Het is uitzichtloosheid om je in onder te dompelen, om in te baden en het voelt als PH-neutrale zeep in je pas geschoten helix. Het prikt maar je hunkert naar meer.

Aan het eind waren de acteurs parasieten op de publiekshuid. Zonder van het podium af te komen of ons ook maar aan te kijken of te spreken, zogen ze ons leeg. De glitterverpakkingen waarin depressiviteit was geherbergd, maakten ons verslaafd aan het gif dat ze van begin tot eind spuwden. Het heeft zich in ons vermengd met eigen negatieve gedachtestromen. Dit gemuteerde en verhonderdvoudigde gif zuigen ze tegen het einde van de voorstelling weer op, zodat ze weer op krachten komen voor de volgende voorstelling. Dit gegeven herhaalt zich totdat de sleur technischerwijs wordt doorbroken omdat een nieuwe productie op de agenda staat.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.