Programma-applaus-ongekunsteld

Tekst overbodig bij Dramm, Gershwin en Rachmaninov

Uitvoerend werk is vaak tamelijk ondankbaar. De director of photography wordt de hemel in geprezen, de camera operator krijgt slechts een schouderklopje. De architect wordt de wereld overgevlogen, de metselaar is na die grote klus gewoon weer werkloos. De mode-ontwerper weet van gekkigheid niet meer waar hij het geld moet laten terwijl de Chinese meisjes zijn iconische textiel zitten te bewerken voor een hongerloontje. In de muziek is het anders. We zagen het dinsdag in De Doelen in Rotterdam: een orkest heeft de macht over zowel de dode als levende componist. Ze kan een compositie doen staan of breken.

De tentoonstellingstekst

Het Nederlands Studenten Orkest deed deze maand elf zalen in Nederland aan tijdens hun tournee Verlicht, met de Britse dirigent Quentin Clare aan het roer. Eigenlijk deden ze hetzelfde als curatoren van kunsttentoonstellingen: een schriftelijke verklaring afleggen van de gekozen en bij elkaar geplaatste werken.

Via het luxe programmaboekje konden we worden ingelicht over de achtergrond van de composities, maar als luisteraar kan ik zeggen: het woord verlicht had tijdens het concert niets met de ratio te maken, niets met interessante informatie, niets met de zeventiende eeuw of de Franse Revolutie. De ervaring staat centraal. De sfeer is dansbaar. Kortom: het programma is fabelachtig gecurateerd. Geen boekje dat daar iets aan af kan doen of aan kan toevoegen.

Geen kenner? Geen probleem!

Het programma is divers, maar heeft een rode draad: alle drie de composities zijn zeer geschikt als filmmuziek. Let wel: voor zeer uiteenlopende films. Gelukkig verstaat het orkest de kunst van het weglaten want er worden nergens films getoond. Er wordt een beroep gedaan op de fantasie van de luisteraar.

De compositie /WHITE HEAT van de hedendaagse Amerikaanse componist David Dramm verwijst naar WHIITE LIGHT/WHITE HEAT van The Velvet Underground, zo leren we. Ook John Cale, die zowel basgitarist als violist als organist en pianist was van de band, liet rock en klassiek versmelten. In het programmaboekje is nog een heel belerend verhaal te lezen over de titel en ijzersmederij. Maar nou en! Wat een heerlijke uitvoering, wat een energie!

Het pianoconcert in F dat in 1925 werd geschreven door George Gershwin neigt voor het ongetrainde oor sterk naar jazz en blues. Niet gek, want hij benaderde de klassieke muziek vanuit de populaire muziek. We horen een boel syncopen en blues-toonladders, maar ook veel geluiden die we associëren met tekenfilms. Je kent hem van Rhapsody in Blue en van Summertime, uit de opera Porgy and Bess, die hij componeerde op een libretto dat gebaseerd was op het korte verhaal van DuBose Heyward en Dorothy Hartzell Heyward. Tobias Borsboom soleert negentig jaar na dato de zonnen van de hemel.

De Tweede Symfonie van Sergei Rachmaninov was voor de componist zelf als het licht aan het einde van een donkere tunnel: hij trok zichzelf er in 1906 mee uit zijn depressie. Voor de luisteraar is de enigszins tragische ondertoon juist wat de muziek zo prettig maakt. Het is als een compleet gevoel van geluk, dat altijd gepaard gaat met de onnoemelijke angst dat het ooit zal veranderen.

Donkerte

Voor de orkestleden was het spelen in verschillende grote concertzalen in Nederland iets om van te stralen. Maar wat had dit programma nog een joekel van een zwengel kunnen krijgen als het publiek niet passief had moeten zitten. De energie die de muzikanten de zaal in smeten, werd nu via onze benen naar de grond geleid, als waren wij bliksemafleiders. Als het programma dan toch zo van deze tijd is, laat ons dan niet als lompe zoutzakken in onze stoel zitten.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.