jinns-smorenberg-ongekunsteld

The one and only: Salman Rushdie!

Geen incidenten tijdens bijeenkomst Salman Rushdie in Den Haag” kopte de NOS over de avond waarop gesproken werd over Rushdies nieuwe boek Twee jaar acht maanden en achtentwintig nachten. Dat wij vanwege dit boek bijeengekomen waren, werd niet genoemd in het nieuwsartikel. Een bijzaak blijkbaar, die superhelden, paralelle universums, levensperspectieven, filosofische kwesties en een wereldoorlog inbedt in onze hedendaagse maatschappij en literaire canon.

Uit Salman Rushdie

“Het wormgat ging dicht. Hij [Jimmy Kapoor, een jonge stripschrijver in de dop] zat op zijn bed met zijn hoofd in zijn handen. ‘Dat heb ik weer’, mompelde hij. ‘Bouwen ze een interwereld-treinstation een meter van mijn bed. Geen bouwvergunning, yo? Zijn er geen bestemmingsplannen in hyperspace? Ik ga gewoon klagen. Ik ga gelijk 3-1-1 bellen.’”

De spleten tussen de wereld van de jinns (de bovenwereld, Peristan, Elfenland) en de mensenwereld (de benedenwereld, de aarde) waren opengebarsten. Er begonnen zich vreemde dingen voor te doen: Geronimo begon een paar centimeter boven de grond te zweven, baby Storm werd geboren – mensen die logen, kregen brandblaren in haar nabijheid – er ontstonden wormgaten. Deze ‘dagen der vreemdheden’ duurden twee jaar acht maanden en achtentwintig nachten (1001 nacht).

1001 nachten lang maakten duistere jinns dankbaar gebruik van deze barsten om op aarde te kunnen komen en daar hun verveling te verdrijven door mensen angst aan te jagen. Zo verscheen er een jinn in de figuur van Nitraj Hero voor Jimmy Kapoor om met hem te dollen. De wereld ging langzaam naar de chaos toe van ‘de Grote Oorlog’.

Waarschijnlijk ontstonden er openingen van de boven- naar de benedenwereld door toedoen van Jinnia Diana de Bliksemprinses. Ze werd verliefd op de menselijke filosoof Ibn Rushd en reisde van boven naar beneden om hem te verleiden. Zo maakte ze een opening tussen de boven- en de benedenwereld en creëerde ze jinn-mensbaby’s (je kunt de jinn-mensen van Diana en Ibn Rushd herkennen aan hun niet-bestaande oorlellen en hun bovenmenselijke krachten). Een afstammeling van dit echtpaar was bijvoorbeeld Geronimo de Hovenier, die tijdens de dagen der vreemdheden zijn voeten niet meer aan de grond kon krijgen. Wie had ooit gedacht dat deze zachtmoedige, simpele ziel nog eens een hoofdrol zou spelen in de Grote Oorlog?

Het ontketenen van de Grote Oorlog tussen de mens en duistere jinns kwam niet door de duistere jinns. Zij schepten weliswaar chaos, maar waren te onverschillig en incoherent om een plan te maken en een daadwerkelijke oorlog te creëren. Nee, de Grote Oorlog werd ontketend door een mensenwens: een wens van de overleden filosoof Ghazali.
Ghazali was de aartsvijand van Ibn Rushd – ze zaten vast in een filosofische geloofsvete. Zelfs na hun dood konden ze deze existentialistische onenigheid niet laten varen.

Rushd: “‘Laten we de mensheid beschouwen als één enkele mens’, stelde Ibn Rushd voor. ‘Een kind begrijp niets en klampt zich vast aan het geloof omdat het te weinig kennis heeft. De strijd tussen rede en bijgeloof kan gezien worden als de langdurige adolescentie van de mens. En de triomf van de rede zal zijn volwassenwording zijn. Het is niet zo dat God niet bestaat, maar zoals elke trotse ouder kijkt hij uit naar de dag dat zijn kind op eigen benen kan staan, zijn eigen weg in de wereld kan vinden, bevrijd van zijn afhankelijkheid van hem.’”

Versus Ghazali: “‘De volgers van de waarheid weten dat rede en wetenschap de ware jeugdzonden van de menselijk geest zijn. Geloof is ons geschenk van god en rede is ons adolescente verzet er tegen. Wanneer we volwassen zijn, zullen we ons zoals voorbestemd geheel tot het geloof wenden.’”

Ooit in zijn leven had Ghazali een duistere jinn bevrijd uit een fles. In ruil daarvoor mocht hij drie wensen doen. Deze deed hij niet direct nadat hij de jinn bevrijd had: hij gebruikte de wensen nu hij dood was om zijn gelijk te behalen op Rushd. Hij beval de jinn de mens vrees in te boezemen. Want “alleen vrees zal de zondige mens naar God voeren”.

Er werd met mensen en goedaardige jinns, waaronder Dunia de Bliksemprinses, gestreden tegen de aanvallende duistere jinns. Er werd gestreden en gewonnen voor de Liefde. Voor Geronimo de Hovenier en Alexandra, Hare Filosofe, die na de dagen der vreemdheden van een pessimist in een optimist was veranderd en de liefde van Geronimo toeliet in haar leven.

In Salman Rushdie

Salman Rushdie maakt mensen tot een eenheid (de wij) met dit boek, door ze af te zetten tegen de jinns (de zij). Wij, menselijke mensen, tegen de willekeur van de duistere jinns, tegen de chaos. Hij verwerkt de huidige wereld met haar terrorisme, haar Jihad versus MacWorld in een fantasierijk verhaal vol buitenaardelijkheden, humor en diepgang. Door voor deze vorm te kiezen maakt hij zichzelf los van de verplichting de juiste feiten te noemen. Met een fictieverhaal etaleert hij lekker impliciet zijn gedachtes over de wereldpolitiek en problematiek:

“Ja hallo, god, ja ik [Teresa of Mercedes of Silvia of Patrizia – ze was op de vlucht omdat ze iemand had vermoord, dus nam ze vele pseudoniemen aan] heb het tegen jou. Jij met naam zus naam zo in land zus land zo, altijd gek op dat gemoord, jij vindt het oké dat mensen vermoord worden voor een bericht op Facebook, of omdat ze niet besneden zijn, of met de verkeerde gast neuken.”

Scherpe (verhulde) kritiek waar hij en zijn boeken beroemd en berucht mee zijn geworden. Dat bleek uit de grote belangstelling en de strenge beveiliging voor de bijeenkomst met Salman Rushdie in het Paard van Troje, Den Haag.

Om Salman Rushdie

De beveiligingsdame foullieerde me tot onder mijn bh-beugel: zijn fatwa is geen lachertje. Achter mij in de rij stonden een grijzende man en een jong meisje. “Wat gaat die man eigenlijk doen? Een dansje? Is het niet zo dat hij beroemd is geworden door de aanslag die op hem is gepleegd?” vroeg ze aan haar veroveraar. Hij glimlachte wat. Het meisje was duidelijk hier voor een bijeenkomst met een man die ondergedoken heeft gezeten. Een man op wie een aanslag is gepleegd. Niet voor zijn goed geschreven en interessante Twee jaar acht maanden en achtentwintig dagen.

Achteraf vind ik haar vraag toch niet zo irrelevant. Tijdens de bijeenkomst bleek dat meerdere mensen naar deze bijeenkomst waren gekomen voor de bewonderenswaardige persoon Salman Rushdie, en niet voor zijn laatste boek. De schrijver lijkt door zijn fatwa en levensverhaal een beetje los te zijn gekomen van zijn boeken, zoals Geronimo de Hovenier van de grond.

Omdat de moeder van de interviewer Jamal Ouariachi onwel werd, en hij daarom geen interview afnam, kreeg het publiek de kans vragen te stellen aan Rushdie: “Ik ben zelf een schrijver: hoe doe jij dat? Schrijven?” “Ik ben zelf migrant: hoe heb je weten te dealen met je (gedwongen) migraties?” “Ik word bedreigd omdat ik vrijuit schrijf over mijn ervaring met mijn geloof, de islam: hoe moet ik hiermee omgaan? Moet ik stoppen met schrijven?” Salman Rushdie het orakel.

Hij stelde de vragenstellers gerust door haalbare adviezen te geven:
“Ik werkte in een kantoor van 9 tot 5 toen ik net geëmigreerd was naar London. Daar heb ik mijn ritme opgepikt. Ik houd mij vast aan deze tijden voor het schrijven van mijn boeken. Het werkt. Ik produceer.”

Hij praatte alsof ieder mens kan wat hij kan. Hiermee gaf hij de vragenstellers hoop en kracht om in zichzelf te geloven. Monter. Dat woord omschrijft zowel Rushdie als de hoofdpersonages in zijn laatste boek. Misschien zijn ze wel niet echt van elkaar te onderscheiden. Misschien horen ze allemaal bij dezelfde werkelijkheid: de uit, de in en de om.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.