Zeno-ongekunsteld

Therapeut, wat is er mis met mij?

Zeno benoemt zichzelf in De bekentenissen van Zeno van schrijver Italo Svevo tot zieke man. Hij schrijft voor zijn dokter de levensgebeurtenissen op die hem hebben gevormd, zodat de dokter hem kan diagnosticeren en genezen. De lezer mag de psychoanalyse uitvoeren: wat is er mis met Zeno?

Zeno’s opgeschreven leven staat in teken van een zoektocht naar gezondheid. Tegelijk leeft hij zonder arbeid, zonder monogamie, rokend en met leugens. Dit bezorgt hem strijd. Hij heeft vele dagen die in teken staan van zijn L.S. ofwel: zijn laatste sigaret. En in het teken van het verlaten van zijn maîtresse. En in teken van het worden van een zakenman met een eigen firma. Ziek vindt hij zichzelf wanneer hij zijn eigen voornemens in de wind slaat en zonder moraal en nutteloos door het leven doolt. Hij meent zelfs lichamelijke pijn te voelen na of tijdens zijn wandaden en tegenslagen. Hij lijdt.

“Ik zakte op mijn knieën en boog zo diep door dat ik met mijn hoofd bijna de grond raakte. ‘Au, au! Wat een pijn!’ schreeuwde ik. Verschrikt sprong Guido overeind en vroeg wat er met me aan de hand was. Zonder te antwoorden bleef ik zachtjes doorkreunen. Ik wist waarom ik kreunde: omdat ik een moord had willen plegen en misschien ook wel omdat ik er niet de moed toe had gehad. (…) Alles was de schuld van mijn ziekte en de pijn die ik leed. En toch herinner ik me heel goed dat juist op dat moment de pijn volkomen verdween en dat mijn geweeklaag een pure komedie werd, waaraan ik vergeefs trachtte inhoud te geven door de pijn in mijn herinnering te reconstrueren en opnieuw te voelen.”

Ik moet sterk zijn!

Zeno analyseert en reflecteert zijn eigen gedrag, waardoor hij zich lijkt te distantiëren van het leven dat hij zelf leidt. Beschouwend als een geest in zijn lichaam probeert hij invloed uit te oefenen op Zeno. De geest vindt dat Zeno een sterke man moet zijn. Soms weet Zeno onder dit voornemen uit te komen en zijn eigen geest te overtuigen van zijn zelfbedachte excuses. Zo hoeft hij zijn beslissingen lekker niet aan te passen aan zijn eigen levensbeschouwing. Soms blijkt het excuus toch niet overtuigend genoeg en blijft Zeno in een pijnlijke strijd.

“Huilend als een gestraft kind riep ik in zijn oor: ‘ik kan niets aan doen! Het is de schuld van die ellendige dokter, die je wilde dwingen te blijven liggen!’ Het was een leugen. (…) Hij was dood en ik kon hem mijn onschuld niet bewijzen.”

Zeno speelt bewust toneel maar probeert daarnaast de vinger te leggen op de waarheid. Hij probeert zijn motieven te achterhalen en de juiste gevoelens te duiden. Met overpeinzingen probeert hij zichzelf te verbeteren of te overtuigen dat het anders zit omdat hij toch liever niet de waarheid wil omarmen. Een inconsistent deugdelijke man.

Ik heb geen kracht

“Nu ik mezelf zo aan het analyseren ben komt er opeens een twijfel in me op: zou ik misschien zo aan de sigaret verknocht zijn geraakt omdat ik daarop de schuld van mijn onvermogen kon afschuiven? Maakte ik mezelf niet wijs dat ik, zodra ik ophield met roken, de ideale, krachtige persoonlijkheid zou worden die ik me voorstelde?”

De verslaving aan sigaretten, een teken van ziekte, is voor Zeno een vrijbrief: doordat hij rookt, maakt hij ruimte en acceptatie voor zijn inconsistentie, voor zijn fouten, voor zijn zwakte. Zijn overspel. Zijn nalatigheid. Zijn half behaalde doelen. Hij trouwde met Augusta, terwijl hij verliefd was op haar zus en hij verscheen niet op de begrafenis van Guido, zijn zakencompagnon en boezemvriend die zelfmoord had gepleegd.

DE MENS HEEFT geen kracht

Met het uitbreken van de eerste wereldoorlog, verliest Zeno zijn ziektebeeld. Hij doorziet de waarheid: hij is niet degene die ziek is. Ziek is de mensheid als geheel die spullen bezit en gebruikt.

“Al onze pogingen om gezondheid te verwerven zijn vergeefs. Gezondheid is alleen weggelegd voor het dier, dat slechts één evolutie kent, die van zijn eigen organisme. Toen de zwaluw begreep dat de trek voor hem de enige levensmogelijkheid was, ontwikkelde hij de spieren van zijn vleugels en deze werken het belangrijkste deel van zijn organisme. De mol kroop in de grond en zijn hele lichaam paste zich aan deze levenswijze aan.(…) De gebrilde mens daarentegen bedient zich van werktuigen buiten zijn lichaam, en al zal hun uitvinder misschien nog gezondheid en noblesse hebben bezeten, deze ontbreken vrijwel altijd in hun gebruikers. De werktuigen worden gekocht, verkocht of gestolen en de mens wordt steeds slimmer en steeds zwakker.”

Vergeet dus nooit dat je een organisme bent, ook al kan je lezen.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.