Leidinggevende-in-bad-ongekunsteld

Waar is de leidinggevende?

Pollux en Fay zijn de hoofdpersonen van de roman die de ik-persoon aan het schrijven is in Wij waren Trojanen van Bouke Billiet. Pollux en Fay zijn voorbestemd door de ik-persoon om aan het eind van het boek met elkaar te trouwen maar het verhaal neemt een heel andere wending. Welke weet ik niet precies.

Wie?

Driehonderd jaar geleden is de wereld verdronken, afgezien van twee eilanden waar voornamelijk afstammelingen van Amsterdammers en Vlamingen wonen. Het is eind twintigste eeuw en er is nauwelijks beschaving. De mens heeft zich blijkbaar in driehonderd jaar niet kunnen ontwikkelen in Liggekind en Andreiland; hij is blijven steken in de Middeleeuwen. De mensen zijn volkse barbaren. 

“‘Slome,’ zei ze tegen haar man, wiens naam ze nochtans kende, ‘leg jij de chirurgijn ergens binnen. Jij daar, dikkop, help hem een handje.'”

 Babette is hier de orders aan het uitdelen wanneer de chirurgijn van Andreiland dood neervalt:het begin van het verhaal van de vreemdeling”. Deze vreemdeling is Robrecht die een bijrol speelt in het verhaal, hij gaat weliswaar met Pollux mee op reis en wordt de man van Marianne, maar het verhaal gaat niet over hem. Het verhaal gaat ook niet over Babette. Daar horen we helemaal niets meer van. Je komt ook niet echt veel te weten van de gevoelswereld van Pollux of Fay waar het om lijkt te draaien met de beginzin van het boek: “Pollux en Fay kwamen op dezelfde dag ter wereld en dat had enkele vérstrekkende gevolgen.”

Het boek gaat misschien eerder over de schrijver die Sandra, zijn geliefde, terug probeert te krijgen met het verhaal dat hij schrijft. De schrijver legt tegen het eind van het boek uit, dat Sandra geen echte geliefde is, maar een symbool voor de literatuur: “Ik zal zelfs een stapje verder gaan. Strikt genomen bestaat Sandra niet, dat wil zeggen: een vrouw is zij niet, maar de rest is wel waar: dat we elkaar ontmoet hebben in de bibliotheek toen ik er als negenjarige voor het eerst binnenstapte”

Waardoor het boek toch eigenlijk weer over het verhaal gaat. In de laatste alinea schrijft de schrijver over Marianne die de dood van Robrecht aan het verwerken is en over Fay die schrijfster is geworden. En Pollux moet Herbrand en Judith nog halen: ik zou niet weten waar vandaan en waarom. Ik was ook alweer een beetje vergeten wie dit waren.

Wat nu?

Alle gebeurtenissen lijken plotseling en zonder reden.  Behalve dat de ik-persoon Fay en Pollux tot elkaar wil brengen maar niet te makkelijk want anders is er geen verhaal dus Fay wordt ontvoerd met Marianne en Pollux moet haar redden. Ook deze reden die het verhaal enigszins context en richting geeft, wordt op een gegeven moment aan de kant geschoven: “Charlotte heeft de bevalling overleefd. Hoe is het mogelijk?” schrijft de ik-persoon.

Bouke Billiet heeft alle vrijheid genomen die schrijven je kan geven. Hij speelt met God, hij speelt met oude Griekse mythes, met de realiteit en met de wetten van de literatuur. Het resultaat is een onsamenhangend metafysisch verhaal met een halve fantasiewereld en geen focus. De vraag is of dit zijn bedoeling is, aangezien de schrijvende ik-persoon in het boek ook twijfelt over het verhaal terwijl jij het aan het lezen bent, of dat het boek bij de daadwerkelijke schrijver net als bij de ik-persoon niet uit de verf komt.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.