Hersenscan-glitch-ongekunsteld

Wees op je hoede

Ian McEwan beschrijft in Zaterdag één dag uit het leven van neurochirurg Henry Perowne in de tijd dat de oorlog in Irak eraan zat te komen en het terrorisme een deel werd van ons bestaan. Het is een roman waarin deze gebeurtenissen van wereldniveau in de schaal van een huishouden worden beschreven en waarin de terroristen worden belichaamd door Baxter; een slechte man. Natuurlijk niet in essentie slecht maar een door de barre omstandigheden en het ongeluk in zijn leven, slecht gewórden man. Het moet natuurlijk wel verantwoord zijn wat Ian ons vertelt over de terroristen. Alles heeft een andere kant.

Perownes rustdag

De zaterdag is de vrije dag van de drukbezette Henry. Alsnog is hij de hele dag in touw. Hij sekst met zijn vrouw in de ochtendgloren, hij praat met zijn zoon die beneden zit, hij botst met zijn auto op die van Baxter die hem een zure avond zal gaan bezorgen, hij squasht met zijn anesthesist, hij doet een bezoekje aan zijn moeder, haalt vis voor het avondeten, gaat kijken naar een optreden van zijn zoon, ontvangt zijn dochter en schoonvader die komen dineren en denkt ondertussen na over Saddam Hoessein, het terrorisme, literatuur, neurochirurgie en muziek.

Wat deed de jonge Henry Perowne nog meer om deze mooie vrouw met een bloeding in de hypofyse te helpen haar gezichtsvermogen terug te krijgen?” Waarom stelt de schrijver zichzelf hier de vraag wat zijn eigen personage nog meer heeft gedaan terwijl Henry al zoveel doet?

Het thema

Henry wordt voor het karretje van Ian gespannen die graag de missie naar Irak van meerdere kanten wil belichten en ook nog in zijn geheel wil relativeren. Henry moet goed nadenken over alles wat er in de wereld gebeurt, ruzie maken met zijn dochter en twijfelen of zijn standpunt wel de juiste is. Ian dringt hem het onderwerp ook gewoon op door een brandend vliegtuig te laten neerstorten terwijl Henry bij het raam staat en een demonstratie te laten plaatsvinden op een plek die Henry moet passeren om bij de squashbaan te komen. De schrijver is god, maar om het onderwerp letterlijk uit de lucht te laten vallen, is een ontmaskering. Gelukkig had hij het zelf ook wel door dat het ietwat toevallig het leven van Henry binnenviel.

“Als Perowne geneigd was tot godsdienstige gevoelens, tot bovennatuurlijke verklaringen, zou het met de gedachten kunnen spelen dat hij geroepen is ; hij is wakker geworden in een ongewone gemoedstoestand en zonder reden naar het raam gegaan, en daarin zou hij een verborgen opdracht moeten herkennen, een denkend wezen buiten hem dat hem iets van belang wil laten zien of vertellen.” Heeft hij het hier over Ian McEwan, die Henry op het dreigende gevaar van terrorisme wil wijzen?

De overwinning van de literatuur

Literatuur is een onderwerp waar Ian ook wat over wil vertellen. Wanneer Baxter het huis binnendringt van de familie Perowne, zit Henry de nieuwe dichtbundel van zijn dochter Daisy, te bewonderen, aangedragen aan zijn schoonvader, de dichter Grammaticus. Wanneer Baxter het mes tegen de keel van Henry’s vrouw Rosalind heeft gedrukt ziet hij de dichtbundel liggen. Hij dwingt Daisy haar kleren uit te doen en naakt een gedicht voor te lezen uit haar dichtbundel. Het gedicht ontroert deze slechte man zo erg dat Daisy van verkrachting gespaard blijft. De poëzie heeft hen gered. De schrijver heeft Henry nu wel overtuigd van de kracht van literatuur, waar deze al te nuchtere neurochirurg wel eens aan twijfelde. “Een negentiende eeuwse dichter – Henry moet nog uitzoeken of die Arnold beroemd of onbekend is – riep bij Baxter een verlangen op dat hij niet eens zou kunnen omschrijven.”

De relativering

Op de laatste bladzijdes zet hij het hele zaakje nog even in perspectief. “Honderd jaar geleden heeft voor dit raam misschien een arts van middelbare leeftijd in zijn zijden kamerjas, minder dan twee uur voor een winterse zonsopgang, staan nadenken over de toekomst van de nieuwe eeuw. Februari 1903. Je zou deze Edwardian gentleman kunnen benijden om wat hij allemaal nog niet wist. Als hij jonge zoons had, zou hij ze een jaar op tien later kunnen verliezen, bij de Somme. En wat was hun dodental, Hitler, Stalin, Mao? Vijftig miljoen, honderd?”

Ons leven nu is dus zo gek nog niet. Daarnaast kan Baxter kan er niet zoveel aan doen dat hij zo slecht is: “Dit is zijn duistere, onwrikbare lot, om maar één klein missertje te hebben in zijn genotype, die moderne variant van een ziel, één herhalingsfoutje in de codes van zijn wezen, en dat hij daaraan ten onder moet gaan – nog een zekerheid die Henry voor zich ziet.” Hij is met een foutje in de hersenen geboren, je kan hem ook niet zoveel kwalijk nemen.

“En ten slotte, vaag, terwijl hij wegzinkt: deze dag is voorbij.”

Einde.

 

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.