Bokshandschoenen-bloemen-ongekunsteld

Wie niet sterk is, moet slim zijn

Mohammed Ali, een mooie man. De bokser die eind jaren zestig, begin jaren zeventig door zijn fenomenale voetenwerk en sierlijke danspasje om zijn tegenstanders heen de bokssport hoogstpersoonlijk tot kunstvorm verhief.

Volgende week verschijnt de documentaire I am Ali. Het is dan veertig jaar geleden dat Mohammed Ali zijn meest legendarische boksgevecht vocht in toenmalig Zaïre (het huidige Congo) tegen titelverdediger en grote favoriet George Foreman: The Rumble in the Jungle. Voor het gevecht gaf Ali aan ook geen onverdienstelijk dichter te zijn: Float like a butterfly, sting like a bee. His hands can’t hit what his eyes can’t see. Now you see me, now you don’t. George thinks he will, but I know he won’t.”

Vanuit de gedachte wie niet sterk is, moet slim zijn, hadden Ali en zijn trainer tegen de vernietigende stoten van Foreman de ‘rope-a-dope’ tactiek bedacht waarbij Ali rondes lang al hangend in de touwen de klappen van Foreman lijdzaam leek op te vangen. Uiteraard niet zonder Foreman op de voor Ali zo kenmerkende wijze flink te provoceren door hem tussen zijn keiharde stoten toe te schreeuwen of dit alles was wat hij in zich had: “George, is that your best punch?”

De tactiek vertrouwde op het gebrekkige uithoudingsvermogen van Foreman en het werkte. Foreman raakte steeds meer en meer vermoeid todat Ali opeens in de achtste ronde vanuit het niets counterde en hem met een paar klappen knock-out sloeg. Ali was opnieuw wereldkampioen.

Het mooie van Ali is dat ik er op een dag achter kwam dat hij heel anders was dan ik altijd dacht. Als klein jongetje keek ik wel eens naar gevechten van Ali en op basis van wat ik van hem zag, vond ik hem maar een arrogante eikel die geen gelegenheid onbenut liet om te laten weten dat hij zichzelf zo geweldig vond: “I am the greatest!”.

Vele jaren later keek ik echter naar een documentaire over Ali waarin hij werd geïnterviewd en tot mijn grote verbazing zag ik daar een hele vriendelijke, bescheiden en vooral zachtaardige man. Een man ook die sowieso mijn respect verdiende omdat hij het lef had gehad om in de jaren zestig te weigeren in Vietnam te gaan vechten omdat die mensen daar hem nooit iets hadden misdaan: “Why should they ask me to put on a uniform and go 10,000 miles from home and drop bombs and bullets on brown people in Vietnam while so-called negro people in Louisville are treated like dogs and denied simple human rights?” Grappig en hoe ironisch dat een tot de islam bekeerde donkere dienstweigeraar in zo’n conservatief land als de V.S. heeft kunnen uitgroeien tot nationale held. Hoe je je in iemand kunt vergissen op basis van een eerste indruk en gebrek aan kennis.

Precies hetzelfde is me ooit overkomen met Freddy Mercury, de zanger van Queen die in 1991 aan aids overleed. Ook hem kende ik van de beelden van televisie waarin ik een één of andere extravagante, uitsloverige machoman zag die in videoclips heel stoer zijn t-shirt liet verscheuren door verleidelijke vrouwen om zijn borsthaar te tonen. Wat best grappig is als je bedenkt dat Freddy homoseksueel was (al was hij naar eigen zeggen overigens biseksueel), iets wat ik toen nog niet besefte. En ook over Mercury moest ik mijn beeld 180 graden bijstellen toen ik jaren later in een interview niet een of andere arrogante, extroverte kwal zag waar ik op had gerekend, maar juist een lieve, verlegen, introverte en intelligente man die zich op het podium overduidelijk een alter ego aanmat. Wat ik persoonlijk wel jammer vond, was dat Mercury niet openlijk durfde uit te komen voor zijn ziekte en het onderwerp ook in zijn directe omgeving bleek te ontwijken, aangezien hij als beroemdheid natuurlijk een hoop had kunnen betekenen voor al zijn lotgenoten in het doorbreken van dit taboe. Een dag nadat hij eindelijk toegaf wat iedereen al vermoedde, overleed hij.

Een eerste indruk die niet klopt. Ik kan er zelf goed over meepraten. Als puber was ik om uiteenlopende redenen een verlegen, onzekere, teruggetrokken einzelgänger. En wie zo is, weet maar al te goed dat je dan het risico loopt om voor arrogant te worden aangezien. Hoe vaak ik wel niet heb gehoord dat mensen hun beeld van mij later in positieve zin hadden moeten aanpassen nadat ze mij echt hadden leren kennen. Maar goed, ik word liever tien keer liever eerst aangezien voor arrogante klootzak en later voor sympathiek persoon dan andersom. Ali en Mercury, aangevuld met mijn eigen ervaringen, hebben me in elk geval gewaarschuwd voortaan voorzichtig te zijn met (te snel) oordelen. Hoe verleidelijk en zelfs onvermijdelijk dat soms ook is.

Als ik nu oude beelden van Ali terug zie, hebben mijn negatieve associaties plaatsgemaakt voor positieve. De arrogante man is veranderd in een sympathiek mens. Met humor: “If you even dream of beating me you’d better wake up and apologize.” Met wijsheid: “A man who views the world the same at fifty as he did at twenty has wasted thirty years of his life.” “At home I am a nice guy, but I don’t want the world to know. Humble people, I’ve found, don’t get very far.” En zelfs met een combinatie van filosofie en humor: “My way of joking is to tell the truth. That’s the funniest joke in the world.”

Ja, Mohammed Ali, een mooie man.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.