Rolling-Stones-MSN-Pou-App-ongekunsteld

Zelfingenomen cynische klootzak

Afgelopen week werd ik me er wederom van bewust. Al zeventien jaar en exact evenveel seizoenen lang leggen Trey Parker en Matt Stone met hun animatieserie South Park de achilleshiel van de Westerse beschaving bloot. Vaak over the top, gênant en zonder genade. Maar het tweetal weet immer o zo treffend de geneugten én frustraties uit ons alledaagse bestaan onder een vergrootglas te leggen. Ik voelde me in ieder geval betrapt.

“Ik zat écht niet te vingeren in dat filmpje op Facebook!” Het bleken de inleidende woorden te zijn van een puber die schreeuwend tegenover haar vriendinnen midden op straat uitlegde dat zij nóóit haar seksvideo’s op het internet zou zetten. Als toevallige omstander was ik uitverkoren deelgenoot te worden van dit weetje. Hoewel de specifieke inhoud verder alles behalve belangwekkend was, zette het voorval me aan het denken. Het meisje was zeker niet ouder dan een jaar of dertien.

‘Aan het denken zetten’ is niet eens eerlijk verwoord. Het waren veeleer gevoelens van minachting en zelfingenomenheid die door me heen schoten. Kwade gedachten jegens het meisje (schaamteloos! het zou je kind maar zijn…) kwamen als een reflex in me op. Een uitwas van de aan waardenloosheid lijdende facebookgeneratie is ze! Het gaf me een veilig gevoel van grip op de basale elementen van de etiquette van het mens-zijn. Een schaamteloos schreeuwende puber kan blijkbaar als katalysator dienen om de eigen identiteit te verhelderen.

Is dit werkelijk iets om trots op te zijn? Het deed me denken aan een van de meest memorabele scènes uit zeventien seizoenen South Park. Eén van de hoofdpersonages, Stan, wordt tien jaar oud en vanaf die dag ervaart hij alles, van muziek tot films, van het avondeten tot z’n vrienden, als waardeloos. Ten einde raad bezoekt hij de dokter. “As you get older, things you used to like start looking and sounding like shit”, luidt zijn diagnose. Dat we vervolgens ook werkelijk constant rondvliegende poep te zien krijgen, is slechts de hyperbool van de problematiek die wordt aangekaart.

In de rest van de aflevering wordt een herkenbaar en altijd actueel thema verder uitgewerkt: de gevestigde generatie keurt alles van de nieuwe af en de nieuwe generatie voelt zich onbegrepen. Bij Stan is er rond zijn tiende verjaring echter iets grandioos misgegaan en is hij op een of andere wijze alles gaan beleven als shit. Zowel hedendaagse popmuziek als goeie oude Bob Dylan klinken naar stront; hij bevindt zich in een vacuüm tussen de oude en de nieuwe generatie. Zijn dokter noemt deze aandoening ‘being a cynical asshole‘.

Tussen mij en het niet-vingerende tienermeisje zit nauwelijks een halve generatie. Blijkbaar voldoende om mij geheel in onbegrip omtrent haar presentatie in het openbaar achter te laten. Alsof haar normen en waardenset in het geheel minderwaardig zou zijn aan de mijne. Je zou met een beetje fantasie kunnen zeggen: alsof de (iets) jongere generatie uitsluitend nog poep produceert. Mét de impliciete zelfingenomen vooronderstelling dat toen ik dertien was, het met de jeugd een stuk beter gesteld was.

Een gerechtvaardigde vraag zou in deze situatie dan ook zijn hoe míjn diagnose zou moeten luiden. Of misschien wel de diagnose van iedereen die met wantrouwen het digitale ‘ik ben onafhankelijk van de grote idealen’ tijdperk tegemoet treedt. De vraag is namelijk hoe je je verhoudt ten opzichte van een samenleving waarin het enige heilige huisje allang het ontbreken van alle heilige huisjes is. Als het louter blijft bij een neerbuigende houding en volkomen onbegrip jegens het nieuwe, beginnen we misschien wel een akelige verwantschap te vertonen met cynical asshole Stan.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.