SAZE-raket-ongekunsteld

Het zou verboden moeten worden

De laatste tijd heb ik nogal wat artist statements gelezen en er is één woord dat daarin zowel in het Nederlands als in het Engels sterk is oververtegenwoordigd. Het is niet grof, het is niet racistisch, jihadistisch, fascistisch, kapitalistisch of seksueel getint. Toch is het een vies woord. Alledaags.

Het stille staan

Bij Cokkie Snoei zagen we er een mooi staaltje van bij de tentoonstelling Alledaagse Ergernissen. Het is een combinatie van de fotografie van Bianca Sistermans en de gedichten en proza van Eva Gerlach en Sasja Janssen. De foto’s zijn precies wat de titel zegt: lippenstift aan een koffiekopje, toiletpapieroriëntatie, oude lucifers tussen de nieuwe, aangekoekte vriesklonten, kruimels in de boter en kaarsvet op het raam. Goede foto’s, daar niet van, maar het is slechts een realisatie van herkenning die ze teweeg brengen.  Het was niet zo dat mijn hart een extra keertje klopte toen ik de foto’s zag. Het effect dat het werk op mij had, bleef hangen op een rationeel niveau.

De uitgever van het bijbehorende boek haalt de Duitse dichter Christian Morgenstern aan: “De diepte zit verstopt. Waar? Aan de oppervlakte.” Het gaat dan ook over kijken: dit keer mag je niet wegkijken van de vieze sokken van je partner, maar moet je er bij stilstaan.

Rituele formaliteiten

Het kunstenaarsduo Apperaat maakt van het alledaagse juist iets eigenaardigs in de film Final Cut die tijdens het IFFR te zien was bij WORM. De film was onderdeel van Tour du Casque, waarbij je een helm op kreeg met een pico beamer op de top, ontworpen door Ruben Baltussen.

Het meisje dat we zien in de film had ook gewoon naar een kapper kunnen gaan, kunnen kletsen over de gaswinning in Groningen en met een korte coup naar huis kunnen gaan. In plaats daarvan wordt het knippen van het haar als een ritueel. Het is geen wild of ongecontroleerd ritueel: de handelingen gebeuren in alle plechtigheid.

Het ceremoniële van deze operatie doet sterk denken aan de films van Wes Anderson waarin de personages gek lijken te zijn op het aanbrengen van structuur en het organiseren van scènes. Brieven en boeken zijn niet ondergeschikt maar krijgen de volle aandacht. De symmetrische composities van het beeld en de tekenachtige scherpte van het getoonde maken dit af. Wat het pas echt interessant maakt, is dat de films daar uiteindelijk niet om gaan. The Life Aquatic with Steve Zissou gaat niet over het maken van een film, maar over intermenselijke relaties, die allesbehalve zorgvuldig uitgestippeld zijn.

Het meest gewoon

Dan gaan we weer naar het andere uiterste, waarbij het alledaagse niet wordt voorzien van een mysterieuze ondertoon maar vooral van licht verteerbare humor. Nancy Fouts combineert alledaagse objecten met elkaar, zodat je tandenborstel tanden heeft, je naaimachine een lp afspeelt, alle zwarte noppen van je dobbelsteen zijn gevallen en een ballon de stekels van een cactus heeft.

Wat Javier Perez doet is vergelijkbaar: hij houdt een watje bij een sigaret, of snijdt de vorm van een ijsje uit een watermeloen en spiest hem op een ijsstokje. Personificatie van het object komt veel voor bij deze komieken: een stoel die de voorste poten over elkaar heen heeft geslagen, een gieter die over zichzelf heen sproeit. Natuurlijk is het even grappig, maar daar houdt het dan ook echt op.

Marijke van Warmerdam vraagt ons net als Sistermans om niet naar humor te zoeken, maar om dat wat ons normaal niet opvalt te herkauwen. Dit zien we bijvoorbeeld in haar werk Light, waarin ze met haar vingers over de luxaflex gaat. Ook Hreinn Fri∂finnsson die aansluitend op zijn titel Autumn leaves November 2009 zeven blaadjes van de ginkgo biloba tentoonstelt, moeten we aardig serieus nemen. Sylvie Fleury maakt een ladder van goud en Van Warmerdam gaat nog een treetje verder met haar gouden prullenbak.

In context

In al die gevallen geldt: het verhaal was eigenlijk nog niet begonnen en zeker niet afgerond. Er zitten goede vondsten bij, maar op zichzelf zijn ze niet genoeg. Het is alsof we de ondertiteling van de achtste scène van Into The Wild nemen en deze zonder bijbehorend beeld en geluid afspelen op de witte muur van een galerie.

Nee, deze vondsten moeten niet geïsoleerd worden. Juist het terloopse en het afhankelijke karakter van ongewone objecten of handelingen zou ze magisch maken. Zoals het personage in Arizona Dream dat een hijsje neemt van drie sigaretten tegelijk. De scène gaat niet over het roken van sigaretten, maar het inhaleren van d is een verrijkend detail, draagt bij aan de sfeer van de scène.

De beeldende kunst heeft er een handje van om, ironisch genoeg, een boel weg te bezuinigen. Maar het mag best veel zijn, een kijker mag overdonderd worden, aangevallen door de bezinning van de kunstenaar, geprikkeld door finesse. Ik wil voorstellen dat deze objecten alleen nog bestaansrecht mogen krijgen in de vorm van rekwisieten.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.